Norah Jones stond heel hard aan op het podium op het Spuiplein,
gistermiddag. Koninginnenach (ofzo) werd voorbereid. Ik bereidde me
zelf voor op Koninginne-avond, in Meppel. Ook best leuk.
Ik at een boerenschnitzel bij Herberg 't Plein en dronk nog wat bij
Murphy's, het had net zo goed februari kunnen zijn. Om elf uur kon ik
al door naar Groningen.
Ik ben weer in Groningen.
De troep op de vrijmarkt is vast dezelfde als elders.
De zelfgebakken koekjes van vijfjarige jongetjes zijn ook hier oneetbaar.
Ik houd zo van dit volksfeest.
Vanmiddag vertrek ik naar Twente om het Twentepad te lopen.
Tot over vijf dagen.
Typen schiet er bij in. Want de vervanging van de sinterklaasbaan is aanstaande. Dat wil zeggen, ik was bij een andere sinterklaasbaan.
Een betere.
Het is een soort Sinterklaasbaan Plus. Ik was uitgenodigd om bij de voorlichtingsavond aanwezig te zijn, gisteren.
Het was een aangename avond. Met koffie en later priklimonade en nootjes. En de meneer van de sinterklaasbaan was bijzonder aardig. Hij droeg een keurig blauw pak, dat niet eens heel hard glom. Met een bescheiden krijtig streepje en schoenen die er gewoon bij pasten - ook geen witte sokken ofzo.
Hij sprak van input en monitoring en.. huu.. terugkoppelen. Terugkoppelen is de dood voor je geloofwaardigheid. Maar de meneer met het blauwe pak lachte er zo enthousiast bij, dat ik het hem vergaf.
Na afloop mochten we vragen stellen. Eerst met zijn allen en later met de meneer en zijn assistente alleen. Ik deed heel geinteresseerd en enthousiast en gemotiveerd. Ik hoefde bijna niet te doen alsof.
Ik zat met de assistente van de meneer in het blauwe pak in een belendende meetingunit (zie je, ik kan het ook) aan een tafel met een grote bureaustoel erachter met een haak voor een colbert.
De assistente zei, ik heb hier een heel positief gevoel aan over gehouden. Ik hoop dat we elkaar snel weer spreken, maar dan uigebreider.
Ik zei, ja, ik ook.
En we gingen uit elkaar.
Ik mag volgende week vast terugkomen.
Voor een Sinterklaasbaan Plus.
Jeuj.
Voor de sinterklaasbaan zit ik iedere werkdag 42 minuten in de bus. Dat is niet erg, want het is een fijne bus. Met rustige mensen, op weg naar hun eigen sinterklaas- of Grote MensenBaan. En daarbij, ik zie iedere dag de zee. Een glimp slechts, een streep grijs tussen de duinen door, maar je kunt toch duidelijk zien dat er een heleboel zee ligt achter het zand.
Iedere dag ook, kan ik na de sinterklaasbaan even het strand op. Ik doe het nooit, het strand op, maar het zou kunnen.
Het idee iets te kunnen, is vaak al genoeg om te genieten van een activiteit.
Ik geniet heel vaak van urenlange strandwandelingen.
De sinterklaasbaan staat op de tocht.
Jawel, echt waar. Het is niet dat er sinterklazen uit het bedrijf gezet worden. Integendeel, er worden contracten uitgedeeld.
Ook aan mij, ik had er laatst een gesprek over.
Aan het begin van het gesprek moest ik heel hard lachen, maar al na dertig seconden bleek dat het aanbod dat me gedaan werd, serieus was.
Misschien bedacht de contractenmeneer dat "iedere werkdag de zee zien" nog niet was opgenomen in de secundaire arbeidsvoorwaarden. En dat, wanneer je zoiets meeneemt in het contract, de geldelijke beloning opeens lager uitvalt. Het zou kunnen verklaren dat me werd aangeboden mijn reiskosten in het vervolg deels zelf te betalen. Een zeezichttoeslag, zeg maar. De contractenmeneer was daar zelf ook verbaasd over.
Hij liet het niet blijken.
Hij deed alsof ik heel blij moest zijn met het aanbod.
Ik vrees dat ik niet kan ingaan op het aanbod. Want dan kan ik alleen nog maar genieten van dingen die ik zou kunnen ondernemen.
Als ik niet het contract had.
Nou ja, behalve strandwandelingen na het werk dan, want die zijn gratis.
De sinterklaasbaan aan zee is overigens de eerste waarvoor je maandenlang heel hard je best moet doen om uiteindelijk meer werk te krijgen en minder te gaan verdienen. Dat hebben ze mooi voor elkaar, die primeur.
Ik geloof dat ik binnenkort sinterklaas-af word.
Iemand suggesties voor een carriere-wissel?
Vanmiddag, toen ik nog wel wist welk geweldig verhaal ik aan u kwijt wilde, deed Pivot niets. Ik keek in mijn mail en zag dat de boel bij Bob plat lag. Vijf minuten later kreeg ik een factuur voor nog een jaar Pivot, maar dat terzijde. En nu doet alles het weer, en weet ik het niet meer.
Zul je net zien.
Waar ik woon daar woont al iemand en zijn vriendin, zij heeft een kind.
Mijn kleine grote vriend (meestal).
Ik trof MKGV(M) in de woonkamer, hij was voor de tv gezet. Want ouders willen ook weleens tijd voor henzelf.
MKGV(M) zat voor de tv en hij ging volledig op in een animatiefilmpje. Ik ging naast 'm zitten, op mijn hurken, op een meter afstand, maar hij zag me niet. Na het animatiefilmpje volgde een filmpje over een konijn.
Hij mompelde, konijn.
En hij zag me niet.
Ik fluisterde zijn naam en hij keek me aan. Het duurde een seconde of twee voor hij uit het filmpje over het konijn was en ik tot hem doordrong. Toen zei hij dat hij tv aan het kijken was.
Mag ik naast je komen zitten?
Dat mocht en ik werd bijgepraat over wat we keken.
Dat gaat over een konijn, wees hij naar het beeldscherm.
Ik vroeg hem of het konijn een naam had.
Het was nog een naamloos konijn, dus ik stelde Ronny voor. Als: de hoofdpersoon uit een liedje van Spinvis.
Ik legde MGKV(M) uit met welk knopje hij kon zappen en we zapten vrolijk een minuut of twee.
Je moet wel ergens stoppen, legde ik hem uit en vroeg hem welke zender hij het leukst vond. Hij zapte iets langzamer en vond een item over een golftoernooi in Amerika op BBC World het leukst.
Een zelfzappend kind dat kiest voor golf op BBC World.. Ik heb het zijn moeder niet verteld, maar het lijkt me dat je dan zelf gerust nog een uurtje slaapt.
Ik dacht, wat maakt het uit.
Mij.
Nu nog.
Maar het doet wat.
Mij.
Nog steeds.
Ik zou het kunnen uitleggen, maar geloof dat ik het zelf niet eens begrijp. Aangenaam weekend, ik ga ook mijn best doen.
Het heeft geen zin uit te leggen hoe het is. Ik zou stranden temidden
van grapjes die slechts ons toebehoren. Plaatsen waarvoor u nog niet de
schouders ophaalt. Ik zal u niet vermoeien.
In Assen passeerde mijn trein die naar Groningen. Volle coup?s, mensen stonden zelfs.
Ik zag alleen maar lege oranje banken en sloot mijn ogen. Dacht aan de afgelopen dag en wat we allemaal hadden kunnen doen.
Dat deden we allemaal niet.
We sliepen lang en dronken koffie. Maakten grappen die slechts ons
toebehoren. Maakten plannen waarvoor u de schouders nog niet ophaalt.
Ik bedacht dat, zo nader tot elkaar, iedere beweging zich uitvergroot. Iedere beweging, hoe miniem ook.
U zou zeggen, jullie deden niets.
Ik zou antwoorden, we bewogen miniem.
Miniem bewegen is geen bestaande term. Ik zou uitleggen wat we lieten en vertellen waarom.
U zou zeggen, jullie zondag was lui.
Ik zou antwoorden, het was intens nietsdoen, en gapen.
Met mijn ogen gesloten bedacht ik wat we allemaal lieten die dag. Ik voelde je handen en lippen opnieuw.
Het was weinig po?tisch, want ik voelde het, letterlijk.
Fantoomstrelingen, glimlachte ik in mezelf.
"Mag ik uw vervoersbewijs zien, meneer?"
"Oh. Sorry. Uiteraard." Ik had haar niet horen komen.
"Dankuwel.. Alstublieft."
"Dank."
"En een prettige avond nog. Maar dat zal wel lukken, zo te zien."
"Eh.. ja."
Zo 'in mezelf' was het niet. Ik kon het haar wel uitleggen, maar ze zou nog niet de schouders ophalen.
En
fantoomstreling staat niet in de Van Dale.
Ik zat eindelijk weer eens in de trein.
Ik keek rond in de coup?, zocht iemand om te beschrijven, alleen maar omdat ik daar zin in had.
Ik had de mevrouw met de fletse kleding kunnen nemen, ze had mooie
diepe wallen. De lerares met de wollen spencer, ze keek proefwerken na.
Of de jongen met de ruitjesblouse die een kwartier op luide tooon belde
over helemaal niets.
Maar ik koos de lichtbruine ribbroek.
Hij droeg een korte spijkerjas en een witte katoenen sjaal. Een
vrouwensjaal droeg hij, met een geknoopte rand. Zijn vadsige hals en
hoofd staken uit de vrouwensjaal. Zijn huid glom, maar hij had alleen
puisten op zijn onderkin. De jongen droeg een foeilelijk horloge,
zwarte leren band en een messing rand om de kast.
Hij zat tegenover me, zijn dikke werkvingers ineengestrengeld.
Hij dommelde.
Zijn ongelijk geribbelde broek was niet de reden dat ik hem koos. Noch
zijn vrouwensjaal. En ook zijn dikke vingers waren het niet. Ik koos
hem, omdat hij luisterde naar zijn Sony walkman.
Cassettebandjeswalkman, welteverstaan. Toen we Leiden Centraal uitreden
haalde hij een Sony cassettebandjeswalkman tevoorschijn en stopte er
Debut van Bj?rk in.
Een cassettebandje.
Een cassettebandje!
Niet ver voor Utrecht Terwijde draaide hij het bandje om.
Het apparaat had niet eens auto-reverse.
Ook daarom koos ik hem.
De korte linklijst, links, linkt u in sommige gevallen naar weblogs die het niet meer doen. Of het nog wel doen, maar dan zijn het weblogs waar niet of nauwelijks wordt gepost. Dat ligt dan, maar niet aan ons.
Aukje kunt u nog wel volgen. Dan kunt u lezen over zingen en waarom dat eng is. Over zwemmen en waarom je dan je spierballen wil laten zien. Over uitstapjes naar het Omniversum met leuke webloggers (..)
En dus over zeehonden die doodgeknuppeld worden en dat dat eigenlijk niet mag. Het is niet dat ik vind dat dat wel mag, maar bij dit soort dingen bekruipt me altijd een wat naar gevoel. Ze zijn wel erg knuffelbaar, die zeehonden. Het doet vrezen dat ze deels daarom zo beroeren. Maar goed, doodknuppelen, dat kan natuurlijk niet, geef gul. Doen hoor, heus.
En als u daar geen zin in heeft, om welke reden dan ook, kunt u mij wellicht suggereren welke weblogs ik nog absoluut mis in mijn collectie. Dat kan ik mijn uitdrogende lijst verfrissen.
Niets had ik te doen, gisteravond. Helemaal niets. Ik greep bijna naar de telefoon, maar besloot dat het ook anders kon.
Mezelf vermaken.
Ik las een boek, maar verveelde me na tien bladzijden.
Ik typte wat, maar het werd geen post.
Ik typte nog wat, maar het werd geen e-mail.
Ik liep een rondje door mijn kamertje, dat duurde drie seconden.
Misschien moet ik mijn zonden overdenken, dacht ik op mijn kamertje.
Ik ging zitten op de rand van mijn bed en legde mijn voorhoofd op de
knokkels van mijn rechterhand, steunde met mijn rechterelleboog op mijn
knie.
Ik begon mijn zonden te overdenken.
Ik begon bij zomaar een zonde, maar wel een kleintje, om er in te komen.
"Ik
had best tegen T. kunnen zeggen dat ik die ene maandagmiddag pas om
vier uur hoefde te beginnen en dat ik nog wel even had kunnen helpen
verven, toen. Ook al was het alweer de overloop, een regelrechte
k#tklus -- Best wit geworden nog, na drie lagen -- Ik ben benieuwd wat
dat lichtgroen betekent op de kinderkamer -- Misschien een meisje, net
als het nichtje van M. -- Zou M. aan het zingen zijn, nu? -- Zou ze
iets te doen hebben, dit weekend? -- Misschien kunnen we naar Motel Moza?que -- Leuk, en daarvoor iets eten in Rotterdam."
En ik belde -een heel andere- M.
"Met M."
"Hee, met Robert."
"Oh hee, alles wel? Bel je ergens voor?"
"Neuh.. zomaar.."
"Oh, dan pak ik even mijn glas. Moment."
M. had geen geld voor Motel Moza?que,
zei hij. Maar hij had wel een zinloze date gehad met iemand uit
Apeldoorn. Ik zei hem dat Apeldoorn ook de hoofdstad van de Veluwe is,
dus.
Het lukt nog niet zo. Nuttig omgaan met volledig lege avonden. Wat niet betekent dat u niet naar Motel Moza?que moet gaan, dit weekend.
Ik wens u veel plezier.
1093 Ongelezen, ongewiste smsen wiste ik. Ik las ze een voor een. Je zou er haast een stokje van maken..
(maar dat is meer iets voor Herman)
"Vestdijk raakt in de vergetelheid en dat mag niet."
"Hobbel nu door Assen."
"In slaap vallen is toch een van de fijnste dingen die er zijn!?"
"Hoe voelt dat,verlept?"
"Een mwoah buurt?"
"No,job's shit,only paid well."
"Ik wil veranderen wat ik niet kan accepteren en accepteren wat ik niet kan veranderen."
"Goede vlucht en veul vakaanzie plezier!"
"Verliefd of niet, ik wil gewoon weten of de taart eetbaar was."
"Jort Kelder was er!En hij had blauwe sokken aan.Nou ja,en ik was er."
*klik* voor (1)
En, schijnt de zon weer, vroeg ze.
Twee mokken op het aanrecht, twee glazen met sinaasappelvruchtvlees aan de binnenkant. Twee beslapen matrassen, een half glas water naast de wekker, twee handdoeken in de wasmand.
Ik raapte een vergeten labellostick onder het bed op.
Liet Astrud Gilberto iets zachter zingen.
Ja, heel hard, antwoordde ik.
W. maakte nasi. Nasi W. Uit een Honig Mix voor Nasi-pakje, maar toch is het nasi W. Hij woont in een verdedelde studentenkamer vlakbij het centrum van Den Haag. De makelaar waagde het de ruimte een tweekamerappartement te noemen en legde in ruil laminaat en plakte glasvezelbehang.
W. werkt doordeweeks bij een vriendelijke zakenbank die hem voorziet van een Toshiba laptop en een Renault Megane. Met de auto rijdt hij ieder weekend naar zijn vriendin of ze rijden samen rondjes om Den Haag. Een of twee keer per jaar skiet W. 's Zomers maakt hij een reis. Af en toe bezoekt hij zijn ouders in Denemarken.
Binnen een jaar zal W. verhuizen. Naar Rijswijk of Leidschendam of Voorburg wellicht. Daar is het betaalbaar en je zit zo op de snelweg.
Dan bezoek ik W. in een voorstad van Den Haag. Misschien woont hij daar inmiddels samen. Dan eet ik nasi W. en complimenteer hem met het nieuwe parket. Ik zal niet vergeten te zeggen dat glasvezelbehang een goede keuze is. (Decoratief en goed tegen scheuren in je muur)
Het leven van W. is overzichtelijk.
Hij geniet daarvan.
Ik zou niet weten hoe.
Maar het lijkt me geweldig.
De lopende grap schrijft voor dat mijn oma iets serveert bij de koffie als ik op bezoek kom. Meestal krijg ik chocola of koek. Als ze recentelijk zeldzame bezoekers heeft gehad krijg ik appeltaart.
Na twee slokken koffie vraag ik haar of ze nog wel gelukkig is. Zij lacht dan en zegt dat je je op haar leeftijd niet om dat soort dingen druk maakt. Ze is 91.
Mijn karakter schrijft voor dat ik nooit meteen slaap als ik naar bed ga. Meestal staar ik eerst een half uur naar het plafond. Als de dag teveel afweek van het gangbare, een uur.
Ik ging gisteren vroeg naar bed, want ik was moe. De dag week een sms af van het gangbare. Ik lag een uur wakker en bedacht dat mijn oma nooit vraagt of ik gelukkig ben.
Dat schrijft de lopende grap niet voor, gelukkig.
Ik viel in slaap met de gedachte dat over 63 jaar deze vraag sowieso irrelevant is.
Ik sta op de drempel van het weekend en overzie zes halve plannen. De helft van het weekend wordt bezet door de sinterklaasbaan. Ik hoop dat er van de zes halve, twee hele plannen overblijven.
Maar eigenlijk hoeft dat niet eens.
Ik heb in niets en niemand zin.
Ik vraag me af of ik sommige dingen kan stoppen en na het weekend weer aan kan zetten. Ik voel me nergens toe verplicht en wil wel, maar al wat ook maar enige weerstand oproept of tegen de zwaartekracht in gaat lijkt niet te overzien en teveel.
U wel een prettig weekend.
Mijn telefoon heeft Windows. Desondanks heet het een Smartphone. Ik kreeg de smartphone gratis bij een abonnement. Ik heb een groot abonnement.
Nu weet ik bijna niets van Windows op de computer, behalve dat het veel vaker vastloopt dan OS van Apple. Ik weet nog minder van Windows Mobile, behalve dat ik de 'Radioversie' heb, 1337.0.27_nogwat. Dat is zinloze informatie.
Ik gaf mijn telefoon opdracht om te tellen hoeveel smsen ik in het geheugen heb zitten. Dat kan via Ruimtemaker in de Bureau-accessoires. In mijn telefoon houden zich 1093 gelezen, ongewiste smsen op. Ik vond het tijd om opruiming te houden.
Ik had ze ineens kunnen wissen, maar besloot dat het ook anders kon. Ik besloot ze een voor een te lezen. Ik noteerde dingen.
"Ik schaam mij enorm: ik snij in de trein de korstjes van m'n brood."
"Zullen we samen dromen over Twente?"
"'n Groep 8 leerling die z'n straf in mijn klas uitzat deed zout in mijn thee.Mijn wraak was zoet!Zijn verbaasde blik was mijn beloning!Zoen,'n ben ik een kreng?"
"He,toch wel jammer dat vermoeiend niet hitsig is."
"..,je vuurspuwende draakje"
"..en iedereen ging klappen voor mijn solo. het was in delft. en het was warm."
"katwijk is zeker eng! met meisjes aan de ene kant van de straat en jongens aan de andere en dan maar iemand uitzoeken om mee te trouwen."
"lente is een fantastisch ding. zou vaker moeten gebeuren."
"Gefeliciteerd!Wat een buitengewoon aangename verrassing tijdens je (overigens wel erg vroege) lunchwandeling!"
"Popje!Ik kwam net terug van de wc.."
"Ken je mijn beruchte ochtendhumeur al?"
"Nu ik niet meer blond ben,kan ik eindelijk intellectuele dingen doen."
"Ik lees Flaubert bij de kapper."
"Je moet je hoofd uit het raam steken, de vogeltjes fluiten."
Bij de sinterklaasbaan, op een maandagochtend om acht uur vijftien, na een zwaar weekend voor vermoedelijk allen, begon J. een gesprek functioneel.
"Zeg, zet jij muziek op?"
"Welja, waarom ook niet. Zero7?"
"Zero7.."
"Ja, tamelijk langzaam. Beetje loungig ofzo."
"Oh ja. Nee, dank je. Ik was ooit eens bij een concert. God, wat saai!"
"Ik vind het wel lekker rustig. Voor zondagochtenden ook."
"Nou nee.. Ik ben zo langzamerhand wel wat uitgekeken op die jaren-negentig-easy-listening. Bovendien zit ik in de fase dat ik op zondagochtend klassieke muziek draai."
"Oh. Nee, zover ben ik nog niet, denk ik."
"Komt vanzelf."
"Ik wacht rustig af. Ken je I am kloot?"
Jaren negentig easy listening en oude mannen die niet kunnen zingen. Tel daarbij op de voorvechtster van de rechten van de lesbische vrouw en een Texaanse caravanslet en ik heb op zijn minst een uiteenlopende muzikale smaak.
Iemand enig idee hoe je dan Carol King omschrijft? Of Miles Davis?
Tijdens een etentje legde iemand me eens uit het nu precies zit met 'dat soort muziek'.
"...I am kloot en dat soort muziek," zei ze afkeurend.
"Dat soort muziek..?"
"Ja, verschrikkelijk."
"Maar wat voor 'soort' muziek?"
"Oude mannen die niet kunnen zingen."
Juist.
Ik houd van oude mannen.
Die niet kunnen zingen.
Kou kruipt in mijn tenen, maar ik lees nog even. Het hoofdstuk uit. De zon is een half uur geleden verdwenen achter de huizen aan de overkant. Ik hang op de tuinbank achter het huis. Op de tafel naast me een mok met opgedroogd melkschuim aan de binnenkant. Eromheen liggen extra pure chocola, mijn telefoon en een discman.
Ik hoor I am kloot, ik lees Ford Madox Ford, De goede soldaat. Eigenlijk zou ik The good soldier moeten lezen, maar daarvoor ben ik, vrees ik, te lui. In het Engels schijnt het boek te beginnen met 'This is the saddest story I have ever heard'. Dat is een klassieke openingszin.
'Triester verhaal dan dit heb ik nooit gehoord,' volgens de vertaling. Dat zal nooit een klassieker kunnen worden. De telefoon trilt dat iemand sms'te, maar ik lees nog even.
Ik neem graag de trein van 2.40 uur. Ik houd van de trage, ritische cadans van de grote doorgaande treinen - en dat zijn de beste treinen ter wereld! Ik houd ervan door het groene landschap te worden gereden en ernaar te kijken door het heldere glas van de grote ramen. Hoewel, het landschap is natuurlijk niet echt groen. De zon schijnt, de aarde is bloedrood, en paars en rood, en groen en rood.
Die Ford, hij had eigenlijk een weblog moeten hebben. Maar misschien bestonden die nog niet, in 1906. Ik lees de sms, hij is van M. Morgen zie ik haar, nadat ik 2.45 uur door niet echt groen landschap word gereden. Kou zit in mijn voeten, maar ik sms nog even. Ik vertel haar dat ik koffie dronk op een halflege tuinbank en de zon verdween, terwijl ik las.
Waar ik werk is ook strand. In de buurt dan toch. En vandaag is het mooi weer. Prima weer om naar het strand te gaan. Maar waar ik werk, kom ik alleen om te werken, niet voor het strand. Want dan denk ik aan het werk, terwijl ik op strand lig of loop. En als ik aan het strand ben, wil ik niet denken aan werken. Dus kan ik niet naar het strand, waar ik werk. Terwijl het strand bij mijn werk wel erg mooi is.
Dat is eigenlijk best jammer. Als ik een nieuwe sinterklaasbaan zoek, wil ik graag dat er geen mooi strand in de buurt is. Dat is een slechte secundaire, of wellicht tertiaire -als dat hier een woord is- arbeidsvoorwaarde.
Ik heb zin in strand.
Maar ik ben aan het werk.
|
|