Alweer een stok. En ik doe weer mee, jeuj. Aan een gedicht. Omdat ik kan dichten, noch "nee" zeggen. Vernuftig gedaan door
Herman: copy en kleef een regel aan. En ik kan u melden, ons gedicht (met
haar en
haar) is het mooiste dat er bij zit. Heus.
Ik ben vannacht verdronken
Je hebt het misschien niet gemerkt
Je nam mijn adem met je mee
Ik gleed geruisloos bij je weg
Alle gedichten zien?
KLIK
Vrijwilligers aanwijzen werkt nog altijd het beste, dus.. eh..
Liesan, zou jij..?
Of: De kalende Pakistaanse man die het probeert aan te leggen met de dikke West-Afrikaanse vrouw.
Hij kijkt, twee banken voor me, vanaf de raamkant, zelfverzekerd, maar tegen haar op. De vrouw zit naast hem en een beetje opzij. Zij kijkt glimlachend op hem neer, maar geniet van de aandacht. Hij doet zijn stinkende best, lacht voortdurend zo hartelijk als hij kan. Ik hoop dat ze een spleetje tussen haar voortanden heeft. Het zou haar sieren. Als ze recht zou gaan zitten, zou hij voorgoed verdwijnen in de spleet tussen de bank en de zijwand van de bus. Haar mamabips hangt een beetje in het gangpad.
Het idee eeuwig te verdwijnen lijkt de Pakistaanse man allerminst te beangstigen. Sterker nog. En verder wil ik niet denken. Verder hoef ik niet te denken, want ik mag over op de trein. Waar de mondaine Engelsman zal zitten met The Times op schoot. Waar de jongen met het onvoorstelbaar lichtblauwe ribcolbert tekeer zal gaan tegen zijn vriendin. Maar dat weet ik dan nog niet. In de regiobus.
De jongen rechtsvoor doet hard zijn best. Vettig haar, rafelige spijkerbroek, vaal verwassen polo. Ongeschoren kin. Hij zit met zijn linkerenkel op zijn rechterknie. Ik zie een modderige gaatjesschoen. Corpsstudent voor alles, heus meneer.
Het voetballende soort, schat ik in. Zou hij opstaan, zag ik o-benen. Zou hij praten, klonk hij hees. Maar hij zit. En hij leest. Niet iets van Ludlum of De Da Vinci Code, maar een voddig oud boek. Vergeelde bladzijden, de papieren omslag valt zo'n beetje uit elkaar. De regels zijn streng uitgelijnd, zie ik, ook als daarvoor de letterafstand (is dat de term, Garfan?) vertienvoudigd moet worden.
De jongen met het vettige haar leest, diepgeconcentreerd. Af en toe bladert hij naar achter in het boek, naar een soort index. Het leek me geen liefde tussen hem en het vergeelde boek, eerder noodzaak. Een tentamen wetenschapsfilosofie zou kunnen, daar heb je vast vergeelde boeken voor nodig.
Maar plots breekt de tederheid uit.
De jongen kijkt op.
Fronst zijn wenkbrauwen.
Kijkt in het niets en terug naar zijn boek.
En ruikt.
Hij sluit zijn ogen terwijl hij ruikt aan het boek.
Hij snuift de geur van oude boeken op en glimlacht.
Rustig hangt hij de modderige rechtergaatjesschoen over zijn linkerknie en leest verder. Diepgeconcentreerd. Maar heel even viel hij uit zijn rol, de corpsstudent. Ik zag het wel.
Seks in Franse films is nooit leuk. Het is nooit zo dat je seks in een Franse film ziet, en denkt, potdikkie, zo smetteloos heb ik het zelf nooit. Lief gedaan, chapeau.
M. en ik zagen 5x2. Op zatermiddag om drie uur in Images, want we waren toe aan wat licht vertier, vonden we zelf. Maar ach, oh ja, Franse film, over een huwelijk dat niet deugt. Dus ook moeizame, onaardige, machtswellustige seks.
Ik begrijp denk ik wel dat het een krachtig middel is om een personage neer te zetten. Ofzo. Maar het is bijna een cliche, de man die de vrouw aan zich onderwerpt in bed. Of, vooruit, we doen eens gek, andersom.
Het zou me verbazen als het er eens lief aan toe zou gaan. Dat ik M. zou aanstoten, en zou zeggen, M..! Zag je dat? Wat.. onfrans he?
Nou, jeetje, ja, zou M. zeggen. Want M. zou dat vast zo zien, dat onfranse gevrij.
Maar goed, 5x2, best een goede film verder, vonden wij. Moet u ook nog snel gaan zien als het nog kan. Leuk, een kijkje op een tevoren al tot treurnis gedoemde relatie, in omgekeerde volgorde. Echt, ik geef er zo vier sterren voor van de vijf.
(Ik verwed er overigens twee toegangskaartjes tot (en treinkaartjes naar) een willekeurige reprise van La Pianiste om dat dit niet het resultaat is dat Jan Googlelaar op "Seks in Franse films" zoekt. Iemand die anders durft te beweren..?)
Soms hebben dingen tijd nodig. Dat wordt gezegd. Door allerlei mensen. Allerlei mensen weten dan helemaal niets van hoe het er bij je aan toegaat. En toch maar roepen.
Komt vanzelf.
Gun het wat tijd.
Maar hoeveel tijd hebben dingen nodig? En wat moet er dan gebeuren? Soms wachtte ik weleens een tijd. In die tijd gebeurde dan niets. Aan het eind van de tijd dacht ik er precies zo over als voor het wachten.
Soms zit het er gewoon niet in. Dat wordt dan gezegd. Door allerlei mensen. Allerlei mensen doen maar net of ze weten hoe het er aan toegaat. En maar roepen.
Volgende keer beter.
Kan gebeuren.
Deze keer werd er bijna niets gezegd. Allerlei mensen hielden hun mond. Of alleen ik. Het leek er even verwarrend bij te liggen als altijd. Als ik recht vooruit keek, leek alles mistig, geen idee waar te gaan. Als ik om me heen keek, leek alles even verleidelijk, lonkte van alles. Ik ging nergens op in, was te druk me achter de oren te krabben en te bedenken of het nu een kwestie van tijd is. Of het zal gebeuren of dat het er gewoon niet inzit, volgende keer beter.
Ik krab me en peins.
Dat kost tijd.
En zo, hoop ik, komt het vanzelf.
Is dit de volgende keer.
Links zit een stoffig meisje. Nietszeggende lange ribjas. Nietszeggende paarse ribbroek. Nietszeggende grijs-oranje gympen. Nietszeggend halflang haar. Ze belt met een donkerblauwe Alcatel ofzo, een niksig ding.
Ze hangt op en staart een tijdje voor zich uit. Ze pakt haar tas. Die tas, die is stoer. Canvas of leer, dat valt moeilijk meer te bepalen. Hij is oud, de tas, maar nog redelijk schoon. Beige en niksig, an sich. Maar middenop de voorflap zit een speldje met een kroontje. Daaronder staat "Jesus".
King Djiesus, grappig. Zo'n stoffig meisje en dan zo'n rebels speldje. Quasi-reli. Ik schrijf haar een subtiel gevoel voor sarcasme toe.
Ze grijpt in haar stoere tas en pakt een potlood en een tijdschrift.
De Jubelbazuin.
Oh.. Here Jezus. Dat kan ook natuurlijk.
En al het sarcasme glijdt weer van haar af.
Links zit een stoffig meisje.
Met een Here Jezusspeldje op haar tas.
Het is druk hier, bij Robtheblob. Met internet slechts incidenteel onder bereik en daarbij een volle agenda, schiet het webloggen er bij vlagen bij in. Excuses.
Maar kijkt u hier eens. Zij heeft gelijk. Echt helemaal gelijk 
(Dank voor het compliment, bedoelde ik maar)
Stokken gooien. Ik doe mee. Onthoud me verder van commentaar over wat ik er van vind. Kruimel wierp me de stok toe, omdat ze wil weten wat de soundtrack is bij de logs. En ongeveer tegelijkertijd kreeg ik de stok van Ientje. Stokkenliefhebber of niet, de aandacht vleit in ieder geval. Ik ben niet overgeslagen, jeuj.
1. Wat is de totale grootte aan muziekbestanden op je computer ?
Ik schat 15Gb. Zeker weten doe ik het niet, want het ding is stuk. Mijn iBook, ik ben er nogal aan gehecht, verlicht zijn beeldscherm niet. Deed hij dat wel, dan zou ik heel veel liedjes kunnen zien. Maar het blijft maar donker. (Iemand verstand van die dingen?)
2. Wat is je laatst gekochte CD?
Spending Time with Morgan van Ane Brun kocht ik zaterdag. Samen met Natural History van I Am Kloot. Wat onderaan op de bon staat, geldt als laatstgekochte, lijkt me. Een van de eerste commentaren op I Am Kloot was: "Goeie muziek om op te zoenen.." Maar dat terzijde.
3. Wat is letterlijk het laatst geluisterde nr voor je dit bericht las ?
Southern Belle van Elliott Smith. Ik weet eigenlijk helemaal niet waar dat nummer over gaat, maar als het van Elliott is, kan het nooit iets vrolijks zijn. Maar wel heel goed iets moois. Southern Belle is zoiets moois.
4. Geef 4 nrs door die je heel vaak beluistert of die veel voor je betekenen.
Veel nummers draai ik vaak, ik kan ze ook zo opnoemen. Maar weinig nummers betekenen veel voor me. En zomaar opnoemen zegt zo weinig, zonder verhaal. Maar vooruit, vijf dan. Uit beide categorieen. Voor de verhalen maakt u best een afspraak.
Air - All I need
Ani DiFranco - Everest
Lamb/Kruder&Dorfmeister - Trans Fatty Acid
Jacques Brel - Mijn vlakke land
Japan - Nightporter
5. Aan welke 3 (4 of 5 is te zot) personen geef jij het stokje door en waarom?
Aan Yanne, omdat ik laatst eens voor haar platencollectie stond, terwijl ze haar slapende vriendje thee probeerde te laten drinken. Ik koos toen Jeff Buckley. Ik zou willen weten wat ze zelf kiest.
Aan Irene, omdat ik alleen weet waar ze niet van houdt - jazz.
Aan Sammy, omdat ik haar nog eens in het echt hoop te zien. Ooit.
Het doorgeven is blind. Ik weet niet wie dit al gedaan heeft. Ik weet ook niet wie een fobie heeft voor dit soort stokken.
Rekent u niet al te vast op medewerking. Ik doe dat ook niet.
Wij vonden The Memory Band aandoenlijk. En een goede zanger ontberen. Wij vonden Zagar heftig, eentonig. Wij vonden Die Apokalyptische Reiter lollig toen ze Paradise City als snoeiharde metal speelden (daarna vonden we de toetsenist met zijn SM-masker maar vervelend en drumsolo's achterhaald). Wij vonden Jasper Steverlinck erg goed, zijn grappen met sentimentele liedjes nog beter en de gitarist misschien wel het best. Wij vonden dat Hot Zex weer terug moest naar Siberie, want we hadden het al tienduizend keer gehoord - we vonden Engels met een Russisch accent helemaal niet leuk.
Dat vonden wij allemaal toen Thomas Dybdahl begon. Thomas Dybdahl is een Noorse band. Zes mensen, denk ik. Zes keer familie, lijkt het. Alsof ze alle zes uit een heel klein Noordnoors dorpje komen. Thomas Dybdahl kwam op en speelde alsof ze al jaren en jaren samenspeelden. Zelfs de cliches tussen de liedjes door (Yeah. You've been great tonight. Thanks. We really appreciate it. It means a lot.) klonken zo. B. en ik vonden het maar geweldig, die Thomas Dybdahl. Probeert u het zelf eens, de volgende keer in de cd-winkel.
Het was vals voorjaar, op weg naar Groningen. Ik zag het overal, vrijdag. Aan de narcissen in het bloemperk bij de sinterklaasbaan. De lachende mensen op het strand. De jongen op station Utrecht in zijn strakke zwarte shirt met korte mouwen. Hij had zijn jas vast bij de kraag en keek naar de vertrektijden van de trein naar Maastricht.
Ik dacht nog. Nog een paar dagen dit soort weer en ik zal kuikentjes zien zwemmen. Achter een moedereend aan, in een sloot in een polder.
Om vervolgens dood te vriezen tijdens de eerstvolgende nachtvorst. Dat zou ik er cynisch achter aan kunnen denken.
Maar dat ben ik niet, ik wantrouw misplaatste warmte alleen. Het is vals voorjaar, hield ik me voor. Ik zag het overal, vrijdag.
Jeuj! Een weekend Groningen. Ik ben op Eurosonic, naar de kapper en op bezoek en te logeren. Mensen zien enzo. Ik wens u een minstens zo prettig weekend. Tot erna!
Van de sinterklaasbaan naar de zee is het tien minuten lopen. Of vijftien minuten, als je via het hockeyveld en de winkelstraat loopt. Dan steek je de boulevard over en opeens sta je aan zee. Ik vind dat wonderbaarlijk.
Gistermiddag liep ik zomaar naar zee.
Wind blies fijn zand in mijn haar en in mijn oren. Het schemerde toen ik het strand op liep, kleine plukken wolk waren oranje verlicht of paars. De lucht was wat wazig, waardoor in de verte strand en branding in elkaar over leken te lopen. Ik stond stil met de duinen achter me, links en rechts eindig lijkend leeg strand en voor me zee tot aan de horizon.
Als de wereld aan mijn voeten zou liggen, zou hij overzichtelijk zijn.
Ik liep tot aan het einde van de hotels. Waar de villawijk begon, verliet ik het strand. Alle huizen hadden een naam, eindigend op -duyn. Waar de -duynen ophielden was weer een bushalte. Om zes uur stapte ik in. Ik had maar twee bussen gemist.
Bij mijn sinterklaasbaan wordt vrolijk geluncht. Het systeem is gekopieerd uit Pleidooi, de advocatenserie van de AVRO van een paar jaar geleden, geloof ik. Iedere dag wordt de tafel gedekt voor twaalf en schuift iedereen aan. Een beetje om de beurt, want er werken meer dan drie keer zoveel mensen als er stoelen zijn.
Iedereen schuift aan, smeert een broodje en praat wat. Over kantoordingen, gewone dingen en een boel onzin. De onzin is vaak wel leuk, de kantoordingen zijn handig. De directrice heeft het handig bedacht, met de Pleidooilunches. Ze zit er zelf ook weleens.
Iedere middag heb ik keuze uit melk of karnemelk, twee soorten yoghurt of vla, vier soorten vlees, plakjes komkommer en tomaat en ei, oude kaas of jonge kaas, drie soorten salade en dan nog zoet beleg. Voor toe is er fruit.
Na de lunch neem ik altijd eerst koffie. Dat moet wel.
Zij zei, je deed wel lief, maar wat voel je dan?
Hij zei, ik deed zo lief, want ik voel voor jou.
Maar wat dan, drong ze aan.
Dat weet ik niet, weerde hij af.
Maar je voelde, deed niet alleen?
Ik deed alleen, omdat ik voelde.
Kom dan een keer, snel naar mij.
Ik kom snel, het liefst naar jou.
En zij hing tevreden op.
En hij zocht zijn agenda.
Zondagmiddagreflex: de stad in lopen. Ik zocht iets van het lome dat op zondag over Groningen hangt. Sjokken over de Grote Markt en Vismarkt, op zoek naar koffie. Misschien een tentoonstelling. Maar dan houdt het wel op. Sjokken op zondag, dat kan, in Groningen. De kroegen vol, want iedereen viert uit. Hangend achter een mok of een glas wijn, tortillachips op tafel. Dat zocht ik, maar ik woon in Den Haag.
Onder het gebouw van het Ministerie van VROM liep ik door, de Turfmarkt over, langs het stadhuis. Ik stak het Spuiplein over. Het leek er een beetje op. De kneuterige kunstijsbaan en een meisje dat rolschaatsen leerde van haar vader. Maar buiten kantoortijden geen caf?s rondom het stadhuis.
Door neurotisch gewinkel voor spijkerbroeken en schoenen haastte ik me, de Spuistraat door, ik sloeg rechtsaf. Per ongeluk de Passage in. E?n hoek om en je bent van schreeuwerig in Haagse chique beland. Het was bijna schizofreen. Ik lummelde wat bij Verwijs, maar vond niet wat ik zocht.
Twee keer links verder, Haagse Bluf. Opgepoetste klok- en trapgeveltjes, ??n baksteen dik, tegen een doos van glas en staal aanplakken en het dan Haagse Bluf noemen, da's architectuur met lef. Op een bepaalde manier. Helemaal in stijl zong een meneer liedjes, terwijl hij zichzelf begeleidde op gitaar of keyboard, op een uitklapbaar podium boven een winkelingang. Ik liep snel verder.
Oude Molenstraat, Papestraat, Noordeinde. Voorbij Willem, daar ging alles trager. En bijna aan het eind, linksaf, daar was de loomte die ik zocht. De Maziestraat. Mooi zonder opsmuk. Doodlopend en vergeten door projectontwikkelaars. Pakhuizen en oude huisjes met slechts begane grond en een schuin dak. Centrum, maar zonder hectisch gedoe. En geen caf?.
Ik vond niet wat ik zocht, ook niet in de Parkstraat of op de Lange Voorhout, dus wandelde ik weer naar huis, volgende week weer een zondag. Wellicht moet ik de Denneweg eens proberen. De Grote Markt. Of..?
In de liefde tuimelen, dat zou een mooi, zij het ietwat vrij, anglicisme zijn. En een barbarisme, las ik in het woordenboek. Dat zoiets dan een barbarisme is, is dan ook wel weer mooi meegenomen. Een mooie paradox. Maar zo bloemrijk is het Nederlands niet. Helaas.
Want anders zou ik een oude vriendin ontmoeten.
Hee, Robtheblob! Lang niet gezien.
Sorry. Ik tuimelde in de liefde. Maar nu is het weer over.
En dan zou ze precies begrijpen wat ik bedoel. Knikken uit medelijden.
Oh jee. Hard gevallen? Zou ze dan vragen.
Want iedereen zou weten hoe het is om in de liefde te tuimelen. Ook zij.
Dan zou ik beginnen over valbreken en het valt wel mee.
En zo zouden wij cappuccino's wegslobberend nog wat doorkeuvelen. Ik zou een chocolademuffin bestellen.
Maar alleen maar gefrons, als ik morgen zou beginnen over in de liefde tuimelen. Ook van haar. Dus beginnen we bij werk en hoe is het met die en die en misschien komen we er dan toch nog. Twee thee verder. En een gebakje. En als ze dan uiteindelijk zou horen wat ik bedoel, zou ze toch knikken. Meelevend. Hard gevallen?
Hee,
Gisteren dacht ik aan je.
Wat als ik je orientaalser maak dan je bent?
Als ik je sensueler maak dan ooit iemand zou kunnen zijn.
Als ik alles waar ik van huiver, maar diep weggestopt naar verlang, omvorm tot een onderdeel van jou?
Al wat begeerte opwekt, vertegenwoordig jij.
Met iedere nieuwe liefde, kortstondig of iets langer, schrijf ik je eigenschappen toe die je nooit bezat. In mijn herinnering brokkel je af, en ik maak je weer heel. Zelfs beter dan voorheen.
Niemand kan ooit nog tegen je op, ook jij niet. Hoe moet het nu, als ik je weerzie en je blijkt normaal?
Misschien moeten we dat niet doen.
Het spijt me,
R.
Een zinnetje zingt soms door mijn hoofd
Liefde is een cadeautje.
Ik las het hier. Het staat al een paar weken op haar weblog. Een collega zei het tegen haar, vertelde ze. Ik probeer te bedenken wat voor cadeautje liefde dan is.
Liefde is een cadeautje. Maar zeer zeker niet zo, dat je het uitpakt en denkt, zozo, die had ik nog niet, bedankt, precies wat ik op mijn verlanglijst had staan. Het lijkt me meer zo'n cadeau waar je zelf vervolgens nog iets van moet maken. Een bioscoopbon voor twee. Of een hotelcheque. Dat het idee erachter wel aardig is, maar of het leuk wordt is nog maar de vraag.
Morgen ben ik jarig, misschien krijg ik ook cadeau's. Geen liefde-met-een-strik-erom, maar dat geeft niet. Want liefde is geen cadeau.
De trein reed door motregen en lichte mist. Ik was met Marion Bloem's egocentrische Levi in Indonesie, en toen ik opkeek uit het raam was ik opeens in Noord-Groningen. Net zo vlak. Door de mist leek het even ook net zo leeg.
Finsterwoldegevoel, vlak buiten Beverwijk.
Het gras leek ook groener in de mist.
Het Finsterwoldegevoel verdween binnen een paar minuten. Ik dwaalde in mijn hoofd terug naar Haarlem. Dacht aan wat daar eens gebeurde en met wie. Ik hees mijn mondhoeken op tot een glimlach, maar neigde meer naar diep zuchten.
Ik knipperde ??n keer met mijn ogen en was weergekeerd naar Indonesie. Naar warmer oorden.
|
|