Een man stinkt. Intens. Naar Nibb-it en bokworst. Hij duwt zijn dikke buik tussen de schuifdeuren door. Hij gaat achter me zitten, maar komt over de achterkant van mijn bank leunen als hij iets wil vragen. Het is een grote man.
Ik kijk in een gezicht dat nog het meeste weg heeft van een kruising tussen Salvador Dal? en een woeste kerstman. Een open blote billengezicht, wild grijs haar en een dikke snor. Deze man klopt niet helemaal.
"Hee, het is wel goed h?, als ik even het raam open doe?" bast hij luid, "Ik moet even het raam opendoen. Echt. Het is heel warm hier. Ik doe even het raam open. Geeft niet toch? Hee, ik doe het raam open."
Hij ziet er tamelijk vervaarlijk uit, maar praat als een klein kind. Ik voel me net een hulpverlener. Dus ik spreek 'm maar streng toe.
"Ja, dat is goed. Maar als ie straks gaat rijden, dan tocht dat wel. Dus dan moet je 'm wel weer dichtdraaien h?."
"Jajaja.. Nee, tuurlijk. Maar het is echt warm hier. Ik doe 'm even open hoor. Ik draai 'm meteen weer dicht als ie begint te rijden. Maar nu doe ik 'm open."
"Ja, draai 'm nu maar open."
De man draait het raam open. Hij gaat zitten en puft luid nog wat Nibb-it en bokworst over de bank. Hij mompelt tegen zichzelf dat de trein wel mag gaan rijden en dat het toch maar wat is. En als de trein vertrekt puft hij nog eens en wil dan ergens anders zitten. Hij kan niet tegen achteruitrijden.
Hij staat op en ik kijk hem aan.
"Oh ja. Nee, sorry. Ik draai hem eerst wel dicht hoor. Sorry hoor."
Hij draait het raam dicht en gaat verzitten.
't Is bijna vrolijk in de trein. Mensen praten of lezen, bellen kort of
slapen wat. Iedereen heeft plaats. De zon schijnt, maar het is niet
heel warm. We rijden door Drenthe, er trekt veel groen langs de ramen.
De ventilatoren ruisen mee met de trein. Zelfs de wolken hebben zich op
hun mooist gestapeld.
Een hippe jonge vrouw in spijkerbroek en strak geel t-shirt wordt
gebeld door een vriend. Ze is nu al weg, lacht ze. Ze wil volgende week
dinsdag wel weer afspreken.
Twee meisjes van ondefinieerbare etnische afkomst bespreken relaties.
"Dus hij valt je niet meer lastig?"
"Nee, nu niet meer. Hij is rustig nu, weet je."
En het nieuwe vriendje is lief. Bij Zwolle staan ze op en lopen naar
het balkon. Ze klemmen allebei een tasje onder de rechteroksel.
Een hippe oudere dame zit aan het raam en leest de boekenbijlage van
het NRC. Haar linkerelleboog leunt op een helblauw kartonnen koffertje
met een Italiaans design afdruiprek erin. DISHDOCTOR. Ze gaapt terwijl
ze leest en zet haar bril met dikke zwarte montuur recht.
Naast me zit een meisje met rode plastic map. Stofklepmap heet dat,
geloof ik. Ze kijkt chagrijnig of alleen maar geconcentreerd. Ze wordt
gebeld.
"Nee, ik kom vanavond niet. Ik ben moe. Heb geen zin. Ik zie je morgen wel. Ja.. Ja, doeg."
Ze kijkt chagrijnig en ziet er moe uit.
Ik zit op de goede plaats.
Volgens een psycho-analyserende mevrouw, vanmiddag bij Buitenhof, op Nederland 3, moeten Onze Jongens penalty-therapie. Als Cocu zegt dat hij een penalty eigenlijk niet durft te nemen, omdat hij dan moet denken aan het WK van 1998 en hij bang is dat hij weer zal missen, dan beginnen de handen van de psycho-analyserende mevrouw te jeuken, zei ze.
Ze wil dat Cocu eerst aan regressie doet. Laten we zeggen, dinsdag. Dat hij teruggaat naar het moment dat het gebeurde en dat hij het allemaal nog eens beleeft. Dan gaat Philip daarover praten met de mevrouw. Die zegt dan dat Philip die ervaring een plekje moet geven. En dat hij niet bang hoeft te zijn. Dan zegt Philip dat hij nog steeds bang is.
"Philip," ik denk dat zulke mevrouw iedere zin beginnen met "Philip", dat is voor de duidelijkheid, "ik heb je moeder meegenomen."
Want de mevrouw zei vanmiddag ook dat het goed is om te oefenen op penalty's, terwijl mensen waar de spelers bang voor zijn, toekijken. Dus langs de zijlijn staan allemaal columnisten. Jan Mulder vooraan, huu! Samen met de moeder van Cocu. Die gaan toekijken terwijl Philip er tien penalty's inschiet. Dan is alles over en mag Philip huilen. Dat is goed, volgens de mevrouw, dan heeft het een plekje.
Ik denk dat we gaan winnen woensdag.
"Toen ik jou zag, was ik een half jaar lang van slag.."
F. zit tegenover me aan het ontbijt, hij vertelt over een date, een week geleden. In kroegje nummer zoveel in het centrum van Leeuwarden moest ze F. iets bekennen. Hij moet over een half uur met de trein, terug naar Leeuwarden, voor de tweede date. Een heel andere. Ze gaan lunchen en daarna fietsen. Vandaag regent het eindelijk niet meer.
F. en de date hadden het heel leuk samen. Ze praatten en praatten en waar ze ook kwamen, ze waren meteen het middelpunt van de kroeg. De rest vervaagde gewoon wat. Vonden ze zelf. En toch ging er ergens iets mis. Aan F. lag het niet. Hij is lang, stevig gebouwd en blond en heeft blauwe ogen. Hij zat op kaatsen en mocht soms meedoen met de betere parturen (zeg je dat zo, Aukje?). Hij doet aan skutsjesilen en zeilt ook wedstrijden.
Hij heeft twee moedertalen en spreekt beide vloeiend. Uiteraard kan hij schaatsen, het liefst op natuurijs. De Elfstedentocht schaatst hij niet, maar fietst hij wel. Hij is het prototype stamboekfries waar Els het eens (27 december) over had. Volgens Els zou F. dan ook betrouwbaar moeten zijn. En dat is hij. Zijn ouders gaven hem twee Frieze voornamen mee. En een oude Frieze achternaam. F. is kortom, as Frysk as it gets. En van dat alles en nog veel meer was de date dus een half jaar van slag.
Nou, dat kan.
"Maar," vervolgde ze, "ik besloot uiteindelijk dat ik t?ch meer van vrouwen hou."
Op station Zwolle kijkt een jongen rustig om zich heen. Hij draagt lichte jeans en een wit shirt met lichtpaarse lange mouwen. Hij heeft zijn haar keurig warrig vastgelegd met gel. Wetlook, ongetwijfeld. Hij staat een beetje op zijn tenen, ondanks dat hij niet heel klein is. Hij rekt zich iets.
Bijna een heel treinstel verderop stapt een meisje uit. Blond opgestoken haar. Een lichte wijde broek en een lichtblauw blousje met veel taille. Zij ziet dat hij haar uit heeft zien stappen. Ze beginnen allebei te lachen. Zij loopt op hem toe, ze blijven elkaar maar lachend aankijken. Ik verwacht innig geknuffel en diep staren in elkaars ogen.
Ze is bij hem, een zoen. E?n enkele, heel lichte zoen en ze blijven kijken. Ze staan heel dicht bij elkaar, maar raken elkaar nauwelijks. Ze wisselen, nog steeds lachend, betekenisloze zinnetjes uit. Want ze willen elkaars stem alleen maar horen. Voeten en heupen blijven constant in beweging, ze wiegen bijna. Zo dansen ze langzaam een kwartslag rond.
Hij heeft een bloem voor haar meegenomen, een rode op een lange steel. Een anjer wellicht. Zij neemt de bloem in ontvangst, draaiend, kijkend en lachend en nog een keer zoenend. Na de kwartslag lopen ze het perron af. De schouders bijna tegen elkaar aan, maar net niet helemaal. Na vier passen meter pakt ze zijn hand en ze lopen met de vingers verstrengeld in elkaar weg. De handpalmen los.
Hij keek om zich heen. Mensen praatten. Allemaal, iedereen sprak. Conversaties dreven kalm op zachte muziek. Rustige muziek, gerustellend hip. Er was ongewoon veel licht in dit caf?, zijn vrienden zouden het bestempelen als te kaal en te strak. Maar hij vond het vooral een volstrekt neutrale omgeving, waarin je je slechts hoefde te bekommeren om wat werd gezegd.
"Wil je nog iets drinken?"
Hij keek haar aan, recht van voren. Dat gebeurde nog niet zo vaak die avond. Want wanneer hij haar aankeek, begon hij onmiddelijk, als vanzelf om haar te geven. Daar schrok hij steeds van. Hij vond het verwarrend.
Hij geloofde dat er een stilte in haar zat. Ergens tussen mimiek aan de buitenkant en gekolk van binnen. Hij keek. Heel even en voelde. Heel even. Het voelde alsof hij werd toegelaten. Hij voelde zich warm verwelkomd. Maar hij keek ook onpeilbaar diep, zonder in de buurt van eindigheid te komen.
Zij bleef onbewogen.
Ze bewoog wel. Fysiek. Zoals het gaat in een gesprek. Met lachen en knikken en afkeurend het hoofd schudden. Maar haar bewegingen verplaatsten alleen lucht. Ergens daar vlak achter zat ze doodstil en liet hem geduldig toe. Hij mocht rondkijken en oordelen en beslissen wat hij wilde. Zij wachtte rustig af. Ontvankelijk.
Hij keek rond, oordeelde niet, was besluiteloos. Hij keek in haar ogen, heel even en wilde haar omhelzen. Troosten tot over was wat hij niet zag. Maar hij deed het niet. Hij durfde niet te blijven kijken en staarde weer naar zijn lege glas. In verwarring. Verlegen prevelde hij zijn antwoord.
"Een biertje, lekker."
Masters at Work stampt door Nina Simones See-Line Woman heen in een galopperende remix. Ongeveer zoals de hooikoorts er plotseling met mij vandoor ging. Zomaar, zonder dat ik een reden kon aanwijzen. Misschien dreef er een wolk pollen door de stad, mijn huis in. 't Jeukt nogal. 't Is er seizoen voor.
De trein boemelt over de brug over de Aa. Voor me nemen twee jongens door hoe Nederland toch nog door kan gaan, of toch niet. En hoe ze dan moeten spelen en met wie allemaal in de spits. Gezwets, 't is allemaal gezwets en overtrokken gedoe. Ik vind dat ze allemaal moeten oplazeren met hun voetbal. Maar het is er nog even seizoen voor.
Naast me zit een meisje met een strak groen shirtje aan. Tot net niet over haar navel. Ze heeft donker noch blond haar, opgestoken. Ze draagt een zwarte zonnebril, een lelijke. Ze draagt All-Star gympies, lelijke. Ik vind haar niet zo mooi. Maar daar denkt zij heel anders over. Of niet, maar ze kijkt er lang genoeg voor in het raam, naar zichzelf.
Alle seizoenen van nu mogen wel over, vind ik. Doe de herfst maar alvast. De zomer voorbij. Met het proesten en het toernooivoetbal en de misplaatste truitjes en shirtjes. En oh ja, dat mijn scriptie dan ook over mag zijn. Eigenlijk ook allemaal gezwets en overtrokken gedoe. Maar het is er seizoen voor.
Lieve A.,
Zacht neurie ik voor me uit,
lang zal ze leven. Ik zoen je in gedachten,
van harte gefeliciteerd.
Ik vraag je hoe je dag was, wat je kreeg, wie er allemaal aan je
dachten. Ik complimenteer je met de zelfgebakken taart en lust nog wel
een latte.
Niet in het echt, alleen maar in gedachten. In het echt is te
ingewikkeld. Wellicht ooit, een andere keer. En dan zal het net zijn of
ik al eens taart bij je at en je latte dronk. Tot die tijd,
gefeliciteerd, vanaf hier. Ook een soort post.
Liefs,
Robert
Een bank achter me zit een man.
"Hoi, hoe is het?"
"..."
"Ja, ik ben net weg."
"..."
"Over een half uurtje."
"..."
"Je ziet me vanzelf."
"..."
"Je ziet me vanz.."
"..."
"Voorin."
"..."
"Wat? Nee. Voorin. Helemaal voorin."
"..."
"Ja. Nee."
"..."
"Nee, voorin."
"..."
"Ja. D?n achterin. Ik zit voorin, maar voor jou achterin."
"..."
"Nee.. Ja, inderdaad. Geeft niets."
"..."
"Ja. Helemaal achterin."
"..."
"Ik zie jou zo anders wel."
"..."
"Tot zo. Ja. Nee. Achteri.. Tot zo."
Een bank achter me zucht een man.
Het leek me niet helemaal gezond, al dat internet en webloggen. Een paar dagen zonder leek me dan ook geen slecht idee. Een weekend. En dan niet in een hutje op de hei, maar gewoon de computer niet aan. Niet "even e-mail kijken" of webloglezen en -schrijven, weet u hoeveel tijd dat oplevert?
Tijd om 80 kilometer te wandelen, te lezen, uit te slapen, een echte brief te schrijven met pen en papier. En er was een feestje, vrijdag, van L. en M. Break the house down, volgens de gastvrouwen, want ze verhuizen. Er waren basketbalmensen, nogal lang. Er waren ambtenaren, gewoon wel leuk ofzo. En mensen uit Twente, dat kon je horen. En er waren oud-studiegenoten, om mee bij te praten.
Met J. over weet-je-nog en dat-is-lang-geleden en het EK. Ze maakte tijdens de studie deel uit van een meisjesclubje van tien. Dat clubje deed van alles samen en had eigen shirtjes laten drukken. Goede vriend M. en ik mochten op alle verjaardagsfeestjes van het clubje komen. Om de balans tussen het aantal jongens en meisjes een beetje recht te trekken waarschijnlijk. We waren soms de enige jongens.
Ik wilde J. vertellen dat ik Frankrijk-Engeland had gekeken met vrouwelijk gezelschap en hoe dat was, maar dwaalde af. Ik dacht aan de ene keer dat ik per ongeluk alleen op een verjaardagsfeestje van een van de tien terechtkwam. M. werd vlak voor het feestje ziek en we hadden al een cadeau gekocht. Dus ik was toch maar gegaan.
Ik zat er te midden van eindeloos veel schaaltjes M&M's, spekjes, chocola, light-chips en plakjes komkommer en stukjes bleekselderij met yoghurtdressing. Glazen met zoete witte wijn en cola. Light uiteraard. Het gesprek volgde een volslagen onbegrijpelijke lijn van Douglas naar portemonnee naar welke laarzen het mooist zijn naar dieet (toen Montignac waarschijnlijk) naar sport naar jongens naar gieters van IKEA of toch maar Xenos. Niet bepaald bier, chips en voetbal.
Voetbal. En ik was weer terug bij J. Ik wilde dus vertellen dat ik Engeland-Frankrijk had gezien.
"Ja! Dat weet ik. Ik lees je weblog."
"Oh.. echt? Wat leuk."
"Ja. En D. gaat op reis, las ik. Wat goed h??"
"Eh.. ja."
Maar mijn mening daarover wist ze al. Net als over Ariola en Beth Hart. Want dat had ze gelezen. Aukje las ze ook. En dus praatten we even over Aukje en de audities. Want met dat bijpraten waren we snel klaar. Webloggen, weet u eigenlijk wel hoeveel tijd dat oplevert?
Ik was in Hedon, afgelopen woensdag. Dat is een poppodium in Zwolle. De verhouding tussen podium en zaal is 1:1. Je zit er altijd dicht op het podium. Die intimiteit is goed voor het contact met het publiek, zullen de ontwerpers gedacht hebben, toen ze de zaal ontwierpen. Ik zat in de zaal, in het donker. T. stond op het podium, in de schijnwerpers. T. gaf zijn examenconcert om het conservatorium af te ronden. Hij studeerde af op saxofoon -mocht je dat zo kunnen zeggen.
Het was vreemd om hem in roze en oranje en geel licht te zien. Het was de eerste keer sinds acht jaar en het praatte zo lastig bij op deze manier. T. blies jazz uit zijn sax. Daar kan ik niets mee, jazz uit een saxofoon. Binnen twee minuten dwaalt mijn blik het podium af, mijn gedachten Zwolle uit. De muziek wordt achtergrond.
Ik was met twee middelbare schoolvriendinnen gekomen. Ik dacht aan de twee en T. en ik, die een tamelijk eng kliekje vormden in het examenjaar. Dat is negen jaar geleden. Zo'n clubje dat ongeveer een eigen taal bij elkaar verzint en waar je niet bij wilt zitten als buitenstaander. Zo'n clubje dat gevoed wordt door pauzeroddel en excursieavontuur. En ook zo'n clubje dat na het eindexamen binnen een jaar uit elkaar valt.
T. blies en blies en was toen klaar. De examencommissie ging in de bar ernaast bij elkaar zitten en bespraken wat ze voor het examenoptreden zouden geven. De twee en ik wachtten en liepen de bar in. T. kreeg een 8,5 en iedereen wilde hem feliciteren. Wij ook. We sloten aan in een lange rij. Het leek net een begrafenis of een bruiloft.
Ik feliciteerde T. en hij kreeg een cadeau van ons. Dat verdween op een tafel achter hem. We zeiden "Wat goed!" en "Lang niet gezien. Hoe is het?". Hij keek gelukkig, maar erg vermoeid en zei "Dank je" en "Goed" en de twee en ik gingen naar huis. Ik heb T. de hele avond gezien en twintig woorden met 'm gewisseld. Dat is nog eens een weerzien.
Yanne krijgt het stokje. Dat dus bij Pascal (toch?) van vanderknokke.nl begon en mij bereikte via Ingrid. Benieuwd hoe ze reageert op de 133 minuten visueel spektakel.
Ik legde haar uit wat buitenspel is. Dat vind ik dan nog niet zo raar, dat ze dat niet wist. Want vrouwen weten dat wel vaker niet. Maar ze wist ook niet wat een corner was. Een corner! Ingooi, dat snapte dan weer wel. Maar waarom je dan opeens een doeltrap kreeg, soms, daar had ze ook niet echt een idee van. Laat staan hoe een penalty tot stand komt. Of een vrije trap.
?Aanvallers-middenvelders-verdedigers??
Het kwam er wat aarzelend uit.
?Ja, en een keeper.?
Dat voeg je er dan voor de zekerheid ook maar aan toe.
Na een koffie telden we de nieuwbegrepen termen nog eens op.
?Dus je hebt corner, doeltrap, buitenspel en vrije trap??
?Ja, en dus ingooi.?
?Ja okee, maar dat stelt niet zoveel voor toch? Ik bedoel, ik zie ze altijd zo nonchalant ingooien.?
?Eh.. nou..? maar dan zou het heel lang gaan duren, ?nee, de ingooi doet er niet zoveel toe.?
?Maar waarom is die er dan??
?W?t..? Waarom..? Tja.. anders kun je niet verder..?
?Oh..?
Ik zei dat ze geslaagd was en complimenteerde haar. Ik geef de schuld voor de totale onwetendheid maar aan de nonnen, op school, vroeger. Ofzo. Volgende keer gaan we spelsystemen doen. 4-3-3, 4-4-2, 3-4-3 en 3-5-2. En ik hoop dat ik eens voetbal bij haar mag kijken. Dat lijkt me een bijzondere ervaring..
Er loopt een kudde geiten door de Himalaya. Boven de kudde cirkelt een enorme vogel, een gier of adelaar ofzo. De vogel heeft een heel grote steen tussen zijn klauwen, cirkelt, mikt, cirkelt nog wat en laat de steen vallen. Precies op de kop van een van de geiten. De geit doet nog een verschrikte b??h en sterft.
Ik heb u zojuist de helft van de openingssc?ne van Samsara verklapt. Samsara is een spiritueel liefdesverhaal, een Indiaas/Duitse produktie, geregisseerd door Pan Nalin. Maar schrik niet, het is leuker dan dat klinkt. Ik kreeg Samsara als stokje, van Ingrid. Pascal was zo vriendelijk dit stokje de wereld in te helpen. Waarvoor dank. Een bijzonder stokje. Want meestal is het stokje niet iets tastbaars. Maar toen ik deze kreeg, lag er zomaar een pakketje uit Denemarken in de brievenbus. Mijn letterlijke brievenbus.
Samsara is dus een Himalaya-liefdesdrama (ritmisch, niet?). De moed zakt me dan meestal in de schoenen. Langdradige films zonder duidelijk verhaal, minutendurende shots van in werkelijkheid ongetwijfeld overweldigend hooggebergte, stroperige symboliek uit een cultuur die ik niet ken. Ik denk dan meteen aan "een indrukwekkend en melancholisch eerbetoon aan de Kaukasische grootmeesters Sergej Paradjanov en Artavazd Peleshian." (*klik*) U kunt me er niet van beschuldigen dat ik zonder vooroordelen aan de filim begon.
Maar Samsara was verrassend mooi. Ha! Ik zal u niet meteen aanraden om de film te gaan huren, want 133 minuten is nogal een zit, maar zowaar een film met een duidelijk verhaal. Over een monnik die lustig wordt, net op het moment dat hij tot lama wordt benoemd. "Satisfying one thousand desires or conquering just one," zegt de voorkant van de hoes. En dat was het dan ook wel. De Himalaya-shots zijn bonus, ondergeschikt aan het verhaal. Hoe verfrissend.
Gisteren keek ik voetbal. Met eerst ??n en later twee vrouwen. Ik houd van voetbal. Ik speelde zelf aardig lang, aardig fanatiek. En niet h??l slecht. Daarom kijk ik nu graag voetbal, als het ergens om gaat. Gisteren keken L. en ik Engeland-Frankrijk. Het was best aardig en L. riep -vaak bijna op exact het juiste moment- "Oee!" en ook "Ah nee, toe dan!". Dat laatste kwam vaak voor, omdat ze voor Frankrijk was.
Ik was ook voor Frankrijk. Want Frankrijk heeft volgens mij een beter team. Maar dat niet alleen. Ik ben Nederlander, dus moet een team ook mooi voetballen. En Frankrijk kan dat. Frankrijk is een technisch begaafd team met technisch begaafde voetballers. Mooie voetballers, zoals Henry, Vieira en natuurlijk Zinedine Zidane. Engeland speelt minder mooi voetbal, minder schoonheid, mogelijk zelfs tamelijk ordinair. Veel overtredingen enzo.
In de rust kwam S. ook even langs. Ze kwam terug van Oerol en langswaaien. L. en S. kenden elkaar nog niet, maar voetbal schiep een band. L. & S. vonden Frankrijk ook een mooier team. Door de bank genomen. Hoewel Engeland doelman James heeft, een mooie voetballer. Maar als team had Engeland toch teveel ordinaire voetballers, zoals Neville en Scholes. En ook Wayne Rooney was v??l te Engels. Voetballers met lelijke, Engelse hoofden, vonden L. & S.
Over Beckham waren we het alledrie eens. Ik vond de vrije trap van Beckham fraai, precies op het hoofd van Frank Lampard en zo de bovenhoek in. Magistraal. Dat hij de penalty miste was meer een verdienste van de Franse keeper, dan een fout van Beckham, vond ik. L. & S. vonden Beckham ook een mooie voetballer, maar die tatoeage in zijn nek kon echt niet. En die letters op zijn armen moesten ook weg.
Gisteren keek ik voetbal met twee vrouwen en we waren het verrassend vaak met elkaar eens. Drie minuten voor het einde van de reguliere speeltijd stond het 1-0 voor Engeland. Mijn moeder belde -moeders bellen altijd onder voetbal. L. & S. kregen de groeten en ik legde uit dat het inderdaad kon gebeuren dat MSN spontaan op mijn naam inlogde. Toen hing ik snel weer op, Frankrijk stond voor met 2-1.
Ik houd van voetbal.
Ik kijk het graag.
Maar ik kijk Frankrijk-Kroati? toch liever alleen.
George Jansen hoort niet zo goed meer. En hij ziet ook minder dan vroeger. Hij zat op een bankje. Voor het delicatessenwinkeltje van zijn dochter. Te kijken naar de stroom mensen, die in een waas voorbijtrekken. Als er klanten naast hem komen zitten, begint hij als vanzelf tegen ze aan te praten. Eerst over het broodje dat ze eten. Daarna over vroeger.
Vroeger, toen hij nog goed zag, alles hoorde en gewoon kon bewegen. Ongehinderd. Onbeperkt. Vroeger, toen hij nog in Indonesi? woonde. Bij zijn vader, de Hollander, die goed was in wat hij moest doen, specerijen inkopen en laten verschepen naar het moederbedrijf in Nederland. En de vader die ontstellend veel kon drinken. Dat was zijn zwakte, vindt George.
"Maar hij werd niet aggressief hoor. Mijn vader werd altijd vrolijk als hij had gedronken. Dan kwam hij thuis met de rest van zijn pensioengeld en deed hij heel raar en schreeuwden wij: 'Iee! Mamma! Pappa! Pappa is weer dronken!'
'Ssst! Moet de hele buurt het weten!?' zei hij dan."
En George schatert een lach door de smalle winkelstraat.
George moest naar Nederland. Ondanks dat zijn moeder gewoon Indonesisch was moest hij vertrekken.
"Ze zeiden: 'Uw naam is wel meneer Jansen, dus u bent een Nederlander en u moet hier weg.' Mijn vrouw kwam pas veel later. Zij wilde niet. Zij vond het hier veel te koud."
George kon zich dat goed voorstellen. Hij kon zich vroeger zelf ook niet helemaal voorstellen hoe koud het was in Nederland. Toen hij nog een kind was, vertelde zijn vader hem eens over de Elfstedentocht. Maar George dacht dat het onzin was.
"Alle rivieren bevroren? Iee.. dat kan toch niet, pappa!" En George deed voor hoe hij dan schaterde. Zijn ogen glanzen dan dwars door de staar heen.
Als de klant het broodje op heeft en het laatste verhaal naar het einde heeft laten kabbelen, staat hij op, geeft meneer Jansen een hand en vervolgt zijn dag. George Jansen blijft achter op het bankje voor de winkel van zijn dochter. Staren naar de mensen die voorbijstromen. En als er dan weer een klant naast hem komt zitten, begint hij als vanzelf tegen hem te praten. Eerst over het broodje. Dan over vroeger.
Ariola heeft geen kaart. Wie een broodje wil bestellen bij het Italiaanse delicatessenwinkeltje, zegt "vlees" of "vis".
Ik zei: "Vlees alsjeblieft."
Een meisje van ondefinieerbare etnische afkomst sneed een broodje in twee?n dook weg in de vitrines. Ik zag haar met een tang uit aardewerken potten allerlei ingredi?nten plukken.
Twee minuten later kwam ze weer boven. Ze lachte. Op een kartonnen schaaltje lagen de twee broodjeshelften. Onderop een laag ham en een laag kaas. Daarboven begon het feest. Artisjokharten, pepers, paprika's, wortel en andere dingen lagen gestapeld op de helften.
Ik betaalde drie euro tachtig en ging op het bankje voor de winkel zitten. Zwetende mensen met zware tassen liepen langs. Een mannetje in een leren parka verdween de hoek om, de hoerenstraat in. De verkoopster van de kledingwinkel tegenover lachte vriendelijk naar mijn broodje en mij. Ik hapte en proefde knoflook. En vlees, ergens in de verte.
't Is heerlijk buiten. Buiten, binnen niet. Binnen hangt tweedehands drukkende lucht van gisteren. Een sms komt binnen. Ik mag mee, zeilen, morgen. dat is nog eens verleiding. Maar ik ga morgen toch binnen zitten. In de tweedehands lucht van vandaag. Dat is beter dan vandaag, maar ik was toch liever gaan zeilen. Veel liever.
Verder dan maar.
The Lifeworld ('Lebenswelt')
Husserl's phenomenology thus brings together Cartesian themes of evidence, intuition, and seeing, with Kantian themes of the constituting or creative activity of conciousness.
Iemand enig idee wat ik lees..?
Het is een plastic parade in de universiteitsbibliotheek. Corpsmeisjes stappen heen en weer over de gang en bellen driftig ??n zaal naar beneden of ??n zaal naar boven, om te gaan pauzeren.
??n zo'n meisje, uitgevoerd in roze, zilver en zonnebankbruin, hangt op 'mijn' derde verdieping over de ballustrade met een meisjestelefoon tegen haar oor. Een Samsung ofzo. Ze heet Willemijne, vind ik. Haar pauzedate van ??n verdieping lager komt er zo aan.
"Okeee.. Tot zooo.." smeert ze een afscheid in het oor aan de andere kant van de lijn. Ze hangt op. Ze straalt. Of nee, ze lacht alleen.
Ze spiedt heel even om zich heen en stapt af op een grote jongen. Hij draagt een donkerrode driekwart broek met aan de onderkant een elastiekjes die je aan kunt trekken. Eronder steken blote voeten of kousevoeten in bruine bootschoenen.
"Haaai.." vleit ze haar hese stem aan tegen de roze polo en begint een gesprekje over Niets Bijzonders.
Ik vlucht naar M.'s zaal. M. en ik hebben ouderwets een tijd afgesproken. Twaalf uur, broodje eten, ik kom je wel halen. Low-tech, maar het werkt gewoon. We lopen de bibliotheek uit.
"Ze dragen allemaal grote ronde oorringen. Allemaal!"
M. heeft gelijk. Ze dragen allemaal dezelfde ringen. Liefst zilver.
Vanavond eet ik IKEA's. D. kookt uit boekjes van de IKEA. Maar het worden geen Zweedse
gehaktballetjes met cranberriesaus, noch gerookte zalm op toast met dille en citroensap.
Maar wat eet je d?n in Zweden?
D. en vriendin L. gaan op wereldreis. Nou ja, Zuid-Amerika door dan toch. D&L. zijn
afkomstig uit Groningen en Friesland en shockeerden familie aan ieders kant met de
mededeling dat D. zijn vaste baan bij de gemeente Groningen opgeeft om in een paar
maanden in ieder geval Chili en Argentini? te kunnen zien en beleven.
Vaste baan is een belangrijk begrip bij familie. Het dwingt respect af op familiefeestjes.
"Hoe is het?"
"Nou.. Ik heb een eh.. vaste baan."
"Gefeliciteerd!"
Het klinkt oprecht en ge?nteresseerd en Oom Freek schuift naar het puntje van de fauteuil.
Hij buigt zich wat naar je toe. En voor je het weet zit je verstrikt in een gesprek over
spaarregelingen en aandelen. Ik stel me voor dat je er met een vaste baan pas echt bij
hoort, aan boord bent. "Dan kun je tenminste een beetje plannen."
"Maar hoe doen jullie dat dan als je terugkomt?"
"Hoe vind je dan weer nieuw werk meteen?"
"Waar gaan jullie dan wonen straks?"
"Maar je hebt nu toch een goede baan?"
Al deze vragen worden beantwoord met een welgemeend: "Tja.. we zien wel."
Het komt vast goed met D&L. Hulde aan de reizigers, zou ik denken. Maar de ooms Willems
en tantes Baukjes zien het allemaal nog niet zo zitten, vertelde D. Chili of Siddeburen lijkt
mij niet een heel moeilijke keuze.
"Zal ik nog iets meenemen? Ros? lijkt me wel iets bij IKEA-eten."
"Als je een fles ros? meeneemt, praten we verder nergens meer over. Nou ja, we praten
nog wel ergens over, maar niet meer over de ros?."
"Oh. Nou.. daar hebben we het dan nog wel even over."
Ik denk niet dat we wereldproblemen op gaan lossen vanavond.
Het is niet alleen warm, het is ook droog. Ik zit op het station, te wachten op de trein naar Groningen. Een briesje waait me in het gezicht. De hooikoorts doet me proesten, terwijl ik achter vergeten dingen aan bel. Ik mag niet meer niezen in de hoorn.
Ik ben licht-allergisch voor groepen. Zodra zich een gezelschap van meer dan drie personen vormt en er is een gemeenschappelijk doel, gaat het gegarandeerd ergens mis. Ik denk dat ik duidelijk overkom op anderen, maar hen blijkt essenti?le informatie te zijn onthouden. Waarschijnlijk door mij, waarschijnlijk wegens gebrek aan interesse in de groep.
Ik heb geen zin om rekening te houden met anderen. Ik kan het wel. Ik functioneerde altijd in groepen. Wonen, werken, studie, sport. Koken, op stap, op reis. Bijna alles ging in groepsverband. En dat ging best goed.
Maar de laatste tijd is het steeds minder geworden. Het ene groepje na het andere hield op te bestaan en ik doe steeds meer alleen. Wonen, werken, studie, sport. Koken en soms zelfs op reis. Bijna alles gaat in mijn eentje. En dat is best prettig.
Ik houd even niet van groepen, denk ik. Na een overdosis groepsactiviteiten koester ik de stilte. Maar dat gaat wel weer over. Dan wil ik me weer ergens bij aansluiten. Heb ik genoeg dingen gezien en gedaan in mijn eentje. Het gaat vanzelf weer over. Vast wel
Het vergeten ding is geregeld. De groep functioneert weer zoals het hoort. Ik stap in, de trein begint te rijden. Alle ramen staan open en pollen vliegen in het rond. Mijn neus jeukt, net als mijn gehemelte en ogen. Mijn longinhoud lijkt kleiner, ik ben kortademiger dan normaal. Sneller moe ook. Ik sluit mijn ogen. Vanavond ga ik sporten. Alleen.
Ik heb een koptelefoon op en ik zit in de tuin. Om me heen is alles groen en sommige dingen ook een beetje roze, rood, geel of blauw. Ik doe de vogels even uit. Lamb mag aan. En Air, Moby, Madredeus, Living Colour, The Mavericks en ik hoop v??r Nina Simone dit stukje toch wel af te hebben. Op tafel staat een kop koffie.
Vanochtend wandelde ik door Hoog Catharijne naar de stationshal van Utrecht CS. Ik wist al vanaf de rotonde aan het eind van de Koekoekstraat dat ik in de stationshal een kop koffie zou gaan kopen om mee te nemen in de trein. Ik wist ook waar en ook welke koffie. Een Koffie van de Dag bij Caf? T. Want ik hoorde er zaterdag aan tafel over praten.
"..gew?l-dig.."
"Ja! ..iedere dag.." Een glimlach. "..bagels.."
De Koffie van de Dag deed in de verte denken aan Starbucks. Starbucks, daarmee werd het gesprek aan tafel vervolgd, geloof ik.
"Starbucks heb ik hier nog nergens gezien, in Nederland," zei ze.
Ik mengde me in het gesprek en zei dat de dichtstbijzijnden in Parijs, Berlijn en Londen zijn.
"Voor zover ik weet."
"Oh.. Hmm.." dacht ze hardop.
"Een mooi excuus om naar Berlijn af te reizen," lachte ze zachtjes voor zich uit stralend.
En ze keek me aan. Ze keek me aan en ik keek heel even terug. H??l even, want langer voelde raar. Ik vond het moeilijk om in de ogen te kijken, die mij bekeken. Ik vond het lastig om de blik te beantwoorden, waarvoor ik daarv??r alleen maar verscheen in letters. En tweemaal, pas later, op een foto. Net als zij. Zij bestond eigenlijk ook alleen maar uit gedachten in letters en een enkele foto. En nu was ze opeens gedachten in klank en bewegend beeld. En heel even raakte ze me aan. Ze was.. nabij.
Misschien had ik haar, vanwege nauwelijks zintuiglijke waarneming, in mijn hoofd al een persoon gemaakt. Had ik het meeste zelf gedaan. Misschien is dat krachtige beeldvorming ter compensatie van fysieke afwezigheid. En houdt dat niet op als je elkaar dan in het echt ziet. En misschien is de duur daarvan, afhankelijk van hoelang je elkaar daarvoor niet gezien hebt, maar w?l gesproken. Dat is best aannemelijk, want het onwennige was ook zo weer over. Maar het was wel raar, helemaal in het begin, nog voor de komkommersoep.
Mijn koffie is op. Al een tijdje. En Nina Simone is ook allang geweest. Yann Tierssen kwam daarna. Red Hot Chili Peppers, Yonderboi, Elvis Costello, Arid, Kruder & Dorfmeister en Ryan Adams. De muziek is uit en de vogels zwijgen.
Maar Beth Hart telde eigenlijk niet.
Wat wel telde was het etentje vooraf. In Lombok. Wandelend door Lombok
dringt zich steeds een nare vergelijking op. Want het is zo'n
modelwijk. "Multi-culti, het kan in Lombok," schreeuwt iedere baksteen
uit. 't Is ook bijna Disney. En uiteraard jengelde uit de luidsprekers
van de Turkse moskee een oproep tot gebed, net toen ik de Kanaalstraat
in wandelde.
Ze maakte heerlijke couscous met courgette en heel grote bonen. En kip
met venkel. Op aanraden van Jamie. Ik zag het boek later liggen in de
keuken, ik heb Jamie ook weleens in huis gehad.
Ik ben het niet gewoon om ergens aan te bellen, me voor te stellen aan
de gastvrouw en overige gasten, aan te schuiven en te gaan eten. Een
vliegende start, het was even wennen. En daarna was het plezierig.
Wat ook telde was 't Hoogt.
En een theatercaf? even verderop. Caf?s waar men praat. En dat
gebeurde. Over familiegeschiedenissen, webloggers, verloren liefdes,
net-niet-liefdes, precies-wel-lust, wensen en ambities. En andere
Dingen en ook Zaken.
En toen was er nog het ontbijt.
Verse jus d'orange, melkige koffie, broodjes uit de oven. Niemand wil
dat niet. Maar er was meer. American pancakes, spek uit de pan, syrup,
een omelet. Noorse bruine kaas. En weer dat gezelschap.
Ik hoop dat 't herhaald mag.
"Wat ik er van gehoord heb,
Yanne, is het een Texaanse caravanslet, die
lierderlijke taal uitslaat op het podium, heel ruige muziek maakt, maar
ook rustige liedjes doet. Met gitaar enzo." Dat en de twee nummers die
zij gehoord had, was onze kennis. Cumulatief.
Ze kwam op. Een stevige vrouw met lang haar. Een laag uitgesneden
spijkerbroek, daarboven een zwart shirtje tot haar navel. Tatoeages op
haar rug en buik. Ze kwam op, het publiek joelde, ze ging zitten achter
een piano. Wij waren benieuwd.
't Werd inderdaad een ruig gedoe, in Tivoli. Beth Hart klonk als een
soort manische Janis Joplin. Maar dan zonder drank en drugs. Beth heeft
de drugs en drank namelijk afgezworen. Al zeventien maanden, vertelde
ze, en ze werd spontaan sentimenteel.
Weet u wat het is met die slempende muzikanten? Ze zijn niet zo best
houdbaar. In het gunstigste geval gaan ze vroeg dood, zodat het concept
blijft bestaan. In veel andere gevallen kicken ze af, raken ze in de
Heer of, maar dan wordt het wel heel bar, worden ze gewoon ge-luk-kig.
Dat klinkt cynisch. En dat is het ook wel.
Beth Hart van de drank af. Nog wel een stem, gevormd door hectoliters
whisky. Nog wel praat alsof ze de helft van het publiek na afloop van
de show wil nemen. En nog steeds de slome bewegingen van de immer
stonede. Maar ze drinkt Spa, is gewoon getrouwd en is niet-roker. Rock
'n roll zonder drank en drugs is zo.. kolderiek.
Dit weekend logeer ik in Utrecht. Ik was wel vaker in Utrecht. Dan ging
ik met de trein, meestal. Dan was ik op weg naar de Jaarbeurs of moest
naar de Uithof voor een universiteitsding. Dat vertekent, want ik dacht
altijd: Utrecht, zonde.
Zonde dat er een stel meneren is geweest na de Tweede Wereldoorlog, die
hebben bedacht dat het leuk zou zijn om een snelweg dwars door het
centrum aan te leggen. En ze dachten ook dat het misschien wel aardig
zou zijn om een beetje Joetrekt Central Business District te cre?ren.
Hoog Catharijne, een merkwaardige fallus van een kantoorflat achter het
postkantoor en het waarschijnlijk immer gezellige winkelding waar de
Bijenkorf in zit. Ik vind het helemaal niet leuk en aardig. Utrecht,
zonde.
Dit weekend logeer ik in de Vogelenbuurt in Utrecht. Dat is iets ten
noorden van het centrum, op loopafstand. In de kamer van Szczepan.
[U vindt Szczepan wellicht een rare naam. Veel medeklinkers. Ik vind
het wel meevallen. Szczepan is Pools en Polen zijn nu eenmaal
medeklinkerfetisjisten, zijn ouders niet uitgezonderd. Daarbij is de
verhouding klinkers:medeklinkers dezelfde als in bijvoorbeeld Henk of
Gert of Dirk.]
Het is leuk in de Vogelenbuurt. Gisteren liep ik vanuit de stad naar
'huis', via de Voorstraat, de Wijde Begijnestraat en de Noorderstraat,
en het werd steeds knusser. Er is een heel knusse rotonde, aan het
begin van de Koekoekstraat, bijvoorbeeld. Een soort grote blijde
bloembak, midden op een vijfsprong. Waar mannen in pak op zwarte
herenfietsen omheen kunnen slingeren, de aktentas zwierig meezwaaiend.
Het toppunt van 'knusjes in de Vogelenbuurt' is DAS, Dingemans Auto
Service. Van een arbeiderswoning op de hoek zijn de binnenmuren
weggeslagen en is de gehele vrijgekomen ruimte belegd met tapijt. Er
staan drie kleine auto's in. De familie Dingemans verkoopt auto's
vanuit de woonkamer. Letterlijk.
En er is meer. Er is ook nog de groenteboer die heerlijke verse
bosvruchtenkwark verkoopt en een bruin buurtkroegje, opeens midden in
een rijtje huizen. En er is vast nog veel meer. Vanaf nu denk ik niet
meer "Utrecht, zonde" als ik naar Joetrekt CBD of de Uithof ga. Vanaf
nu denk bij Utrecht: oh, knus.
HP|De Tijd was lovend. Op een bepaalde manier. Voor wie bitterlollige treurnis kan hebben: Notulen van
Herman Franke.
Daar kwam het zo'n beetje op neer. Ik wandelde na maar een heel klein
beetje scriptieleed de zon in en kocht het boekje bij *) Scholtens
Wristers.
De recensie begon wat geringschattend over de dikte van het boekje,
ongeveer honderd pagina's. Dat zulke boekjes vaak duiden op
idee?narmoede of op een verkeerde onderwerpkeuze. Of dat de literaire
kruimels bij elkaar geveegd en gekaft zijn. Zoiets.
Maar Herman Franke schreef ?cht mooie miniatuurtjes. Briljantjes.
Carmiggeltiaans zelfs, volgens de HP. Ik heb nog nooit bewust een
letter van Simon Carmiggelt gelezen, maar door dit boekje kan ik maar
zo enthousiast raken.
Ik schenk u het begin van het tweede verhaaltje.
Ze ketende haar fiets aan het rek tussen honderden andere fietsen.
Achter haar stelde een eng vermagerde junk aan niemand in het bijzonder
de enige vraag die hem in de terminale fase van zijn vergooide leven
nog restte: "Fiets kopen?" (p. 8)
Dat soort grappen. De verhaaltjes zijn niet langer dan vierhonderd
woorden. Korte beschrijvingen van mensen die elkaar niet begrijpen. Of
elkaar wel begrijpen, maar niet begrijpen wat ze met de opgedane kennis
moeten. Vierhonderd woorden per verhaaltje. Niet meer, telt u gerust
na. Dat is webloglengte. Maar dan op papier.
Kopen!
Het is elf uur en ik drink koffie. Op de bank, met een oude HP|De Tijd.
De zon schijnt. Heel hard, maar er zijn inmiddels genoeg zonnige dagen
geweest om zonder schuldgevoel binnen te blijven. De zon schijnt heel
hard op het ooit wit geschilderde pakhuis, vlak tegenover het mijne.
Het pakhuis heeft een niet direct functioneel, eigenlijk louter
decoratief, randje baksteen aan de voorkant. Er zit een duif op. De
duif zit in de zon en soest. Het is een vrouwtjesduif, maar ze wordt
niet of niet meer achtervolgd door stoer koerende mannenduiven.
De voorkant van de HP belooft een exclusief verhaal over martelingen in
Abu Ghraib. Youp van 't Hek, die ruzie maakt in Roermond. Een verhaal
over de dubieuze benoeming van de president van de Amsterdamse
rechtbank, vriendjespolitiek.
't Is niets nieuws. De HP|De Tijd heeft niets nieuws te melden op de
voorkant. Het zou stuitend na?ef zijn, te denken dat er in
gevangenissen door Amerikanen niet gemarteld wordt. Lijkt me zo. Ik zou
licht verbaasd mijn wenkbrauwen optrekken als Youp geen ruzie meer
maakt. En met louter hard werken is nog nooit iemand stinkend rijk
geworden of ver gekomen.
De duif schrikt van de schaduw van een overvliegende meeuw. Waggelt
twee keer heen en weer over het randje en vliegt op. Eten bij de FEBO,
denk ik. Ik ga verder lezen en typen, in de bibliotheek. Scriptieleed.
Schuin tegenover me zit een meisje in een spijkerbroek. Ze draagt een donkerblauw jasje, met lichtblauwe mouwen, het doet in de verte aan een baseball-jas denken. Ze heeft een sympathiek gezicht, ze is vast twintig. Een typische.. Annette.
Annette belt. Op luide toon, maar dat geeft niet. Ze heeft een nogal Drents accent, maar dat geeft natuurlijk ook niet. Wat ik raar vind, is dat ze hardop allerlei tamelijk intieme dingen bespreekt met een vriendin. Ze had eerst met Onno. Dat ging uit. Toen kreeg ze met iemand anders. Maar dat is nu ook uit.
Sinds zondag. Hij twijfelde, vertelde hij zaterdag per MSN. Dat kreeg ze er na twee uur typen pas uit. Belachelijk. Hij twijfelde, maar wilde zondag wel afspreken. Ze zaten in Hoogeveen op een terras en ze vroeg hem wat er was. Maar hij wilde het niet vertellen. Na lang doorvragen wat nu toch de reden was voor zijn twijfel, kreeg ze eindelijk wat ze wilde horen. Hij vindt haar te lief. Belachelijk.
"Belachelijk! Wat denkt 'ie wel niet! Dat ik een of ander zachtgekookt eitje ben ofzo!? Dat slaat toch nergens op? Ik vind het oneerlijk. Ik vond 'm ook meteen niet meer leuk. Hij leek iets teveel op Onno zo. Die kon dat ja zo ook opeens gezegd hebben. Ik dacht, stik d'r ook maar in. Ik wilde meteen naar huis." Zo ratelde Annette, met een inmiddels niet meer zo heel sympathiek gezicht.
Bijna bij Haren. Bij nader inzien is het geschreeuw best vervelend. Het is haar stem. Die leent zich zo goed voor g?nant gebl?r door een publieke ruimte. Een Drents accent accentueert dat mooi. Vlak voor Groningen hangt ze weer op. Eindelijk. Terstond wordt haar gezicht weer sympathiek. Een typische Annette.
M. en ik liepen door Zuidoost Drenthe. We oefenden voor de Vierdaagse,
maar telden ondertussen ook. Shetland en gewone pony's en ook paarden.
We telden er de eerste tien kilometer al zoveel, dat we er mee
ophielden. Ik zou kunnen vertellen dat de stand toen 27 was. Alle
soorten bij elkaar. Dat zou verzonnen zijn, maar vast niet ver bezijden
de waarheid.
Drenthe verpaardt. M. en ik kennen beiden nog even veel mensen die
paardrijden als vroeger en toch neemt het aantal paarden in de wei
sterk toe. Let er maar eens op. Het is een zotte hobby. De Shetland
pony is erg in trek. Curieus, want wat kun je welbeschouwd nu met zo'n
beest? Het is daarbij een tamelijk lelijk ding.
Drenthe vertrut. Het aantal paardenboeren neemt toe en daarmee de
vertrutting. De marge op het houden van paarden voor mensen die geen
ruimte hebben om het zelf te doen, is groot. De paardenboer houdt geld
over. Hij koopt een absurd grote vierwielaangedreven auto. Hij zet de
paaltjes om zijn land nog eens extra in de carboleum. Hij plaatst een
enorm smeedijzeren hek bij de ingang. Hij zet zijn erf heel, heel ruim
in de hanggeraniums en rodondendrons.
Drenthe verpaardt, maar waar zijn alle ruiters? Nu liepen wij door de
streek op eerste Pinksterdag. Van negen tot vier, schitterend weer. We
zagen welgeteld vijf ruiters. Vijf, dat is nog lang geen ruiter per
getelde paardenboer. En nul op die achterlijke Shetlanders. Ik vermoed
dat het met de paarden en ruiters niet veel anders is dan met de boot
en zijn eigenaar. Het vertelt zo leuk op feestjes.
|
|