Haar ogen. Daar wilde ik iets over typen. [Niet schrijven, want dat is iets anders, volgens
Garfan's
Truman - rechtsboven] Ik wilde iets typen over twee heel aparte ogen,
maar bleef hangen in de tenniswedstrijd van Martin Verkerk tegen
Hewitt, Leyton ofzo. Vijfde set nu. En Martin is wat vermoeid.
Die Verkerk heeft ook aparte ogen, expressief. In ieder geval wel als
hij op de tennisbaan staat. Dat is goed, want anders was hij een soort
Sjeng. En ik schat in, dat niemand in de tenniswereld een Sjeng
Schalken wil zijn. Dat Saaie Sjeng zo mooi allitereert, kan ook nooit
toeval zijn. Saaie Sjeng Schalken sjokte sloom over Flushing Meadows.
Ziet u?
Maar haar ogen. Dat lukt nu niet meer. Ik had het beloofd, aan haar,
maar het lukt niet meer. Ik moet zo weg, want morgen ga ik echt trainen
voor de Nijmeegse Vierdaagse. Ik wilde schrijven hoe mooi ze zijn. En
dat dat nog maar beoordeeld is vanaf een foto. Dat ze dan in het echt
waarschijnljk nog mooier zijn. Want ik heb ze nog nooit in het echt
gezien. Maar misschien komt dat nog een keer. Als ze 56 graden koorts
heeft en haar planten moeten water.
Dan kom ik langs en ga met de gieter rond. En kijk meteen in haar ogen.
Om te zien of ze echt nog mooier zijn dan op de foto. Of ze in het echt
ook zo vrolijk zijn. Of nee.. vrolijk is het niet echt. Het is meer dat
er branie in zit. Branie in de ogen, kent u dat? Maar dan nog anders,
maar daar heb ik dus geen tijd voor. Dan loop ik langs de planten met
de gieter en kijk in haar ogen. En typ er een echt stukje over. Typen,
niet schrijven. Dat is iets anders.
Ik dronk vandaag in de theetuin van de Prinsentuin. Tussen de rozen en
de kruiden, op het gras, zat ik aan een bistro-tafeltje en dronk een
kop thee.
Er kwam een stel aanwandelen. Hij tamelijk sjofel, lang haar en een
intens lelijke snor. Zij tamelijk correct jaren tachtig retro, een knap
gezicht en een knaloranje paardenstaart. Zij maakte zijn snor hip. Hij
maakte haar wat minder braaf.
Ze gingen zitten aan een tafeltje verderop. Ze keken wat om zich heen,
waarschijnlijk naar bijna niets. Alles is nog groen in de Prinsentuin.
Na een tijdje ging zij thee halen. Ze kwam terug en ze zaten daar. Veel
meer valt er niet over te zeggen.
Hoewel.. Ze zaten daar en keken om zich heen. En af en toe naar elkaar.
??n seconde, of misschien twee. Dan glimlachten ze heel even en keken
weer weg. Ze raakten elkaar niet aan, nog niet met hun vingertoppen,
maar zo intiem zie ik het bijna nooit.
Oh ja, intens geluk.. en ik nipte aan mijn thee.
"Hallo.. Robtheblob. Aangenaam."
"Dag.. Ja, ik weet het. Ik lees u."
U kijkt me aan en ziet het doorleefde gezicht, van een man, 1.85 meter lang. Keurig geschoren, maar wel heel borstelige wenkbrauwen. Daarboven donkerblond, rommelig haar. U vindt mijn wollen wybertjestrui en rechte, bruine ribcord-broek licht alternatief, maar stiekem alvast braafburgerlijk. Die grijs-oranje gympies verdwijnen misschien nog wel.
Als het aan u lag, was ik heel anders..
U kent mij niet. Al zou u hier iedere dag lezen, u kent Robert niet. U
kent mij niet anders dan door mijn stukjes. Maar al wat ik schrijf, kan
maar zo uit de duim gezogen zijn. Dat is niet zo. Het meeste is ergens
wel waar. Op een bepaalde manier. Ik lieg namelijk nooit. Maar voor dat
soort paradoxen verwijs ik u naar
mIKe, die kan daar mee overweg.
U kent
Robtheblob. Maar Robtheblob
bestaat slechts uit woorden. U heeft nog nooit een foto van mij gezien.
Behoudens de mensen die ik al kende van v??r deze.. eh.. hobby. [Hobby?
Hobby..? Heb ik er dan toch een..?] Behoudens een enkeling die ik ken
door deze hobby; of nog zal ontmoeten. Het merendeel echter, weet het
niet.
En van het gros van u heb ik ook geen idee. Ik zou niet weten of u met
een worstige, harige rechterwijsvinger op de muis klikt. Of juist met
een slanke linker-. Of u eerst door een stel brilleglazen kijkt, voor u
ziet wat ik heb getypt. Of u vandaag uw haar soms anders heeft. Uw
benen niet geschoren? Geen idee. Ik verzin iedereen maar bij elkaar
zoals het me uit komt. Een vrolijke
Elisabeth, een kleine
Garfan, een iele
Mies, een blonde
Ingrid. Ik kan er mijlenver naast zitten.
"U heeft geen idee, maar hier heeft u een
foto."
Dat zou een logisch vervolg zijn. Maar logisch zou maar saai zijn, nu.
Want u heeft misschien zelf wel wat verzonnen. Dat ik heel dik ben, of
O-benen heb. Kromgebogen loop. Of rode blosjes op mijn wangen heb.
Heeft u een beeld? ?berhaupt?
Verleiding weerstaan is nooit echt een sterk punt geweest. Houd me iets
smakelijks voor en ik hap. F. hield me zijn Spaanse vriendinnen in
Alicante voor. In augustus. Hij deed ze op in Noord-Ierland, toen hij
daar studeerde.
"Ze zijn echt heel leuk."
Maar ik was al om bij Alicante. Ik heb het niet zo op Spaanse
lawaaischoppers, iedere mug meteen een Drama. Tenzij ze ?cht heel leuk
zijn natuurlijk. Dan wordt het een ander verhaal.
Nu ga ik in augustus waarschijnlijk naar Alicante. Ha.. ik geloof dat
ik het zomaar in de schoot geworpen kreeg. Alicante! Ik ga het zo eens
even door laten dringen en kijken of er nog iets geweldigs te doen is.
Denk gerust mee. Moorse of moderne architectuur, bijzondere stedenbouw
of, vooruit, musea. En tapas! Ja.. laten we vooral de Spaanse cultuur
tot ons nemen via de maag. Alicante.. het kietelt mijn hart en doet het
huppelen.
Ik las
hier
"denkelijk". Denkelijk kende ik niet, maar nu wel. En ik vind het een
mooi woord. Ik las de post wel uit, maar het ging volledig langs me
heen, vanwege "denkelijk", denkelijk (kan dat?). "Volledig" is ook niet mis. En wat te denken
van "desalniettemin"? Maar ze missen de nieuwige glans van "denkelijk"..
Dit is ook de allereerste post die direct in Pivot is getypt, maar
dat is slechts voor weinigen g??n non-informatie. Ik zou zelfs de enige
kunnen zijn.
Het zou Groningen, Garnwerd, Winsum worden, gisteren. Of Groningen -
Peize. Maar Vries of Zuidhorn had ook gekund. Of waar dan ook naartoe.
De Vierdaagse kruipt naderbij.
Dus we liepen. Met zijn vieren. Groningen, Garnwerd, Groot-Wetsinge,
Klein-Wetsinge, Sauwerd. We liepen met zijn vieren en twee honden.
Honden zijn raar. Het waren beagles. Best mooi en erg lief, maar ook
ronduit raar. Ik roep: "Zit!" en kijk 'm streng aan. De beagle gaat
zitten. Ik zeg: "Lig," en het ligt. Ik zeg dreigend: "L??g.." en de
beagle springt niet tegen me op. Als ze een keer weigeren zijn ze
meteen eigenzinnig.
De beagles hadden een poepfetisj. Want poep is lekker, vinden ze.
Lekker om door te rennen, lekker om op te kauwen, lekker om je mee in
te smeren. En poep is poep. Van de eend, de koe, een andere hond of het
paard, ze rollen er even enthousiast in rond. Want het is allemaal
lekker. En dat delen ze vervolgens graag met de rest van de roedel.
"Laag.. L????g.." helpt dan niet meer zo goed.
Maar we liepen. En het was mooi. Het weer en de omgeving. Vlak land,
maar stiekem niet. Micro-reli?f heet dat en ik zag wierden, oude
stroomruggen, beekdalen en slaperdijken. We liepen drie uur en toen was
het tijd voor koffie.
Op het terras van Caf? Hammingh.
En daar ging het falikant mis. De eerste cappuccino mocht, de
brie/salami-tosti ook. Maar cappuccino twee en de espresso tot slot,
met tussendoor een Brusselse wafel met bosbessenijs en slagroom, waren
lichtelijk overdreven en hadden nog maar heel weinig met
Vierdaagsetraining te maken.
Na drie uur zitten in de zon en praten en eten en drinken was Garnwerd,
Groot-Wetsinge, Klein-Wetsinge, Sauwerd meer uitbuiken en uitlopen dan
echte training. De honden sprongen dom achter een stok aan, een sloot
in. Het licht werd steeds mooier, toen we over een kerkepad liepen. De
Vierdaagse kruipt naderbij.
Carmen McRae/MJCole klinkt en ik ben terug in Polen. Twee jaar geleden
tramde ik tweemaal per week op en neer tussen mijn flat in een geweldig
troosteloze wijk en een flat in een nog veel troostelozere wijk aan de
andere kant van het centrum. Toen het blaadje van mijn faculteit vroeg
of ik een stukje voor op de achterkant wilde schrijven, stuurde ik het
volgende.
?????
"Op een maandagochtend liep ik van het grote centrale marktplein in de
richting van de Planty, een groene gordel om het centrum van Krak?w.
Ter vervanging van de verdedigingswerken die hier tot halverwege de
negentiende eeuw lagen, dus een soort Noorderplantsoen Plus.
Tamelijk
normale stad als je zo door het centrum loopt. Links een sportzaak, een juwelier en een winkel voor mobiele telefoons.
Rechts een winkel van Benetton, een Art Nouveau-antiekzaak en een
reisbureau. Waar doen die Polen het toch van? Ik hoor regelmatig over
geldtekort (geografiestaf krijgt al maanden geen overuren meer
uitbetaald) en de salarissen in de publieke sector zijn absurd laag.
Een aardrijkskundeleraar op de middelbare school verdient 350 euro per
maand.
Ik was op weg naar Poliglota, een taalschool waar ook Poolse les voor
buitenlanders wordt gegeven. Want na twee weken iedere keer de ham
aanwijzen in de supermarkt en "ho" zeggen als je genoeg hebt, was ik
volledig overtuigd van het nut van Pools in Polen. Ik raadpleegde de
inyourpocket.com-gids.
De mevrouw achter de balie van de eerste taalschool schatte zo in dat
het te laat was om nog mee te doen aan de semestercursus die in
februari begonnen was. Ik had dus nog de keuze uit priv?-les (120
zlotych / 35 euro per uur, inclusief koffie) of wachten op de
zomercursus in juni.. en hier is onze folder. In het Pools overigens,
wat merkwaardig is als er een cursus Pools voor beginners wordt
aangeboden.
Op naar de volgende. De mevrouw achter de balie van de tweede taalschool
sprak heel slecht Engels. "I understand, but no speak.." Ze probeerde
te vertellen dat het moeilijk zou worden om de achterstand op de
cursisten van de semestercursus nog in te halen. Ook meldde ze dat
priv?-les 66 zlotych (20 euro) per uur kost. Omdat ik niet alles
helemaal begreep, mocht ik wel even achter haar computer achter de
balie plaatsnemen. Dan kon ik alles zelf in het Engels op internet
nalezen.
Nadat ik zag het ook hier een nogal kostbare hobby zou gaan worden,
wilde ik haar vriendelijk bedanken voor de informatie en op zoek gaan
naar de mevrouw van de derde taalschool. Nadat ik mijn naam en
e-mailadres bij haar had achtergelaten, begon de mevrouw achter de
balie (MADB) opeens op halve fluistertoon tegen me te praten.
MADB: "Ehm.. This information is informal."
R: "Oh, okay..?"
Wat moet dat mens opeens..?
MADB: "I also think 66 zlotych is a lot of money.."
R: "Eh.. yes.."
Uiteraard. Jij bent Pools.
MADB: "But I can give you lessons.. For 25 zlotych.."
R: "Oohh.. Okay. Yes."
Hahaha.. Jij kleine dief!
Ik boog samenzweerderig een beetje naar haar toe.
De grijze zone. Waar dubieuze acties geoorloofd zijn, zelfs als het
betekent dat je klanten bij je baas wegkaapt. Ik ga nu twee keer per
weer op taalles bij Aneta, in een of andere achtergelegen flat in een
buurt vol leuzen als
Wisla Hooligans Rulez! Ik ben al een paar keer
geweest en het is reuzegezellig. Ze maakt bijzonder lekkere kopjes thee
en roept heel enthousiast "Super!" (
zhoeperrr!) als ik iets goed
uitspreek. Voorlopig blijf ik twee keer per week twee uur les nemen,
dus Aneta en haar Mirko kunnen in de herfst gezellig naar Kreta."
?????
Twee keer in de week een tram- en busrit en ik draaide vaak
Verve/Remixed. Dat was slim, want nu denk ik steeds aan de tram als ik
het weer hoor. Swietnie!
Jij zegt dat we een stel van achttien lijken. Ik denk hardop dat het
vanzelf wel over zal gaan, dat dartele. Je kijkt me vermoeid aan. Je
bedoelde het letterlijk, we zien er allebei jonger uit dan we zijn.
"Oh.. ja, dat ook" en stilte valt. Gelukkig lopen we.
Wij lopen graag
Veelvuldig en lang
Slechts als we
samen wandelen
komen woorden
vanzelf weer terug
We praten eerst
net zo lang
tot er genoeg is
om over te zwijgen
En even is er
niets meer
dan het ritme
van onze voeten
Terwijl de stilte
voor ons uit stapt
Mijn passen worden iets kleiner, jij doet er wat bij en we lopen
synchroon. We denken langs elkaar heen, lopen naast elkaar. We laten de
stilte vanzelf weer achter. Soms lijkt het zo gemakkelijk. Meestal wijs
ik
eerst, voor ik hem verbreek. Ik vertel en laat je meekijken naar mijn
stad. Jij luistert, want je laat je graag leiden door iemands
landschap.
Zoals toen, toen we liepen naar een dorp verderop. Ik vertelde en wees
wat ik w?l zag in een vlak, groen land. Oude dijken, hereboeren, graan
en
Fr?. Je gebrek aan kennis verbaasde. Je wist niet wat een terp was en ik vroeg me af of het geveinsd was. Onderwijl legde ik uit.
Als we lopen, praten we. Maar eigenlijk zwijgen we in alle talen. Als
we onderweg zijn, laat ik je mijn landschap zien en waarschijnlijk zien
we allebei hetzelfde. Ik word nooit jouw voorland.
Ik weet een leuk spel.
Ik leid je langs de achterkant van het masker dat ik voor anderen
ophoud. Maar.. het zijn slechts fragmenten, zorgvuldig gekozen en in
mijn wenselijk geachte versie gepresenteerd.
Je kijkt van achteren in mij, bijna met me mee. Maar.. ik til slechts
een puntje op van de lakens waarmee ik dingen zorgvuldig bedek voor
anderen.
Ik leid je rond in mijn hoofd. Maar.. in het donker en ik belicht slechts wat ik wil, waarvan ik denk dat het niet afstoot.
Ik geef me bloot. Maar.. dan een klein beetje en weloverwogen.
Een leuk spel, e-mail.
Met alle plannen van tafel, hoef je niet meer te denken. Althans, niet
meer aan wat het plan is. Afgezien daarvan, zal ik me moe denken, een
weekend lang. Geestelijke sprintjes als er een Onderwerp voorbij komt.
Het zijn er maar weinig, maar je raakt er in verstrikt voor je er erg
in hebt. Hoe harder je je best doet, hoe benauwder je het krijgt.
Tussendoor zal ik op adem komen. Dat is aangenaam, lief, leuk. Het
compenseert waarschijnlijk nog net. Ik hoop dat het nog compenseert,
maar twijfel aan het eind van ieder samenzijn. Als we afscheid nemen
denk ik steeds dat we absoluut moeten ophouden, maar als je dan
terugkomt zoen je het weer weg. Als het op denken aankomt, heb ik
conditie opgebouwd. Omdat ik al een tijdje bij je ben.
We denken teveel. Dat moet haast wel. In boeken en in films wordt
helemaal niet zoveel gedacht over 'ons', als wij doen. In boeken en in
films gaan dat soort dingen altijd vanzelf. Dan zou ik jou liefhebben
en jij mij ook. Dan zouden we ruzie maken, net als in het echt, maar
dan zou vantevoren vaststaan, dat we aan het eind gelukkig zijn.
Ik loop alvast wat warm en peins, terwijl jij me vraagt of ik
die film nog heb kunnen huren. Over uitwisselingsstudenten, in Barcelona.
"Eigenlijk kan hij alleen maar tegenvallen h??"
Jij lacht een ja en ik lach terug. Natuurlijk valt het tegen, want het zal nooit precies zijn, zoals wij elkaar ontmoetten.
De plannen.. De plannen. Ik weet zeker dat ik ze weer zal oppakken en
zal piekeren. Maar niet nu. Nu hoef ik alleen maar te genieten van de
stilte vooraf. We laten de besmeurde eenden achter. De leegte nodigt
uit en we lopen de singel op. Ik pak je hand. We lijken net echt
verliefd.
Een mevrouw met allemaal beige kleren, maar een cyclaamkleurige tas,
loopt over het perron. Ze loopt rechtuit, volgt de blindenribbeltegels
met haar stok.
De trein uit Amsterdam loopt net leeg op spoor twee. Ze loopt precies
tegen de stroom in. Niet langzaam, wel kalm, en niemand die haar raakt.
Iedereen wijkt. Precies bij de rookpaal blijft ze staan wachten. Armen
over elkaar. Zou ze de zuil soms ruiken?
Mozes is vanmiddag een niet-rokende blinde vrouw met een cyclaamkleurige tas. Rare vent..
Het was mooi. Allemaal en van het begin tot het eind. Ik heb er voor getekend. Voor een lang en gelukkig leven samen en het voldoen aan alle plichten die de nieuwe staat ze stelt. Ik tekende er voor en wens het ze toe. Vanuit de grond van mijn hart, heet dat geloof ik. Dat ze maar lang en gelukkig mogen leven, samen.
Een nieuw lid in de familie daarbij. Leuk. Welkom schoonzus.
Het was een druk dagje. Nu mogen anderen dienstverlenen. Ik laat me een high tea welgevallen en verzet er geen stap voor. Anders dan naar de wc.
't Scheelt een praatje. Verder ben ik klaar voor morgen. Ik weet nu
weer wat mijn boordmaat is, hoe je een pak "opbouwt", dat er honderden
soorten dassen zijn en schoenen kopen ook geen gemakkelijke opgave is.
't Scheelt een treinreis. Verder ben ik al in Den Haag. De linten zijn
er, de cadeaubon voor D. is gekocht, iedereen gebeld die nog moest.
Alleen het draaiboek nog even doorlezen vanavond. Dat kan mooi met
wijn, dacht ik zo.
't Scheelt een dag. Er is al gepraat met de ambtenaar van de gemeente,
d? auto staat al voor de deur, de kleren liggen klaar. Alleen morgen
nog even "ja" zeggen. Dan heb ik een getrouwde jongere broer.
't Wordt een leuk feest. Ik kom ook.
De trein rijdt op tijd. Achter me praat een meneer op luide toon in het
Arabisch tegen iemand aan de andere kant van de lijn. Naast me zit een
bank vol knappe, hippe, luidruchtige Chinezen.
Een vrouw met kort blond haar en een rood leren jasje zit tegenover me.
Ze zal vijf- of zesendertig zijn. Ze leest stukken. Ik kan niet zien
waar ze over gaan, maar ongetwijfeld werkt ze bij een gemeente en zijn
de stukken ter voorbereiding op een nieuwe nota. Welzijn jongeren en
sport. Ouderen en volkshuisvesting. Zoiets.
Na een minuut of tien kijkt ze op, uit ons raam.
Ik zie een bijna vlak landschap dat in de schemering ligt te wachten
tot het echt donker wordt. Ik zie een boerderij, die vanzelf steeds
meer in een natuurgebied komt te liggen en bedenk me dat ik er best zou
willen wonen. Voor een week. Misschien zelfs twee.
De vrouw kijkt op van haar stukken en staart doods uit het raam. Gewoon, alleen maar staren.
Ik moest aan haar denken en vond dat
virtueel en werkelijk raar door elkaar heen begonnen te lopen. Niet dat
ik het pers? absoluut gescheiden wil houden, maar dit was op de een of
andere manier merkwaardig - misschien was het de schemering.
Zij ziet niets, beweegt niet eens. Noch met haar lichaam, noch met haar
ogen. Het duurt minuten en ik moet af en toe wel even kijken. Ze heeft
een mooi gezicht, maar te diepe wallen, mondhoeken die te ver afhangen.
En te scherpe lijnen, vanaf haar neusvleugels naar beneden. Ze ziet er
vermoeid uit. Afgepeigerd. Niet van dingen doen, maar meer van dingen
meemaken.
Pas vlak voor de eerste nieuwbouw van Assen komt ze weer tot leven. Ze
kijkt wat om zich heen en pakt haar spullen. Heel even kijkt ze me aan.
Ze lijkt zo ontzettend verdrietig. Niet het breekbare verdriet dat
opeens uit de lucht komt vallen, onbegrijpelijk, maar overkomelijk.
Maar verdriet dat er inslijpt. Langzaam, zeker, steeds dieper. Steeds
meer plaats innemend en steeds minder van jezelf overlatend. Intens en
onoverzichtelijk verdriet, dat lijkt het.
Ze ziet er ongelukkig uit en ik wil wat zeggen. Maar ik zwijg en kijk
weg. Ze keek me maar heel even aan, alsof ze wilde vragen wat ik te
kijken had. Of ik soms iets wilde zeggen. Iets zinnigs, waar ze wat aan
had. Maar zoveel treurnis overdondert en ik weet niets te zeggen.
Het was niet eens timing,
deze keer. Ik zou ook nu, een dag later, niet weten wat ik dan had
moeten zeggen. Wat zeg je in zo'n geval? Valt er ?berhaupt iets te
zeggen?
De vrouw verlaat de coup? en stapt uit. De Arabische meneer loopt, nog steeds ratelend, achter haar aan. De Chinezen slapen.
L. en ik zaten voor het gaas waarachter de varkens wroetten in hun
modderige voer. Acht zwarte varkens en varkentjes en een grote stoere
witte met lange nekharen, die was de baas. L. koos een klein misvormd
varkentje om te voeren en doopte hem Hunchy, naar de vergroei?ng op
zijn rug. Ze heeft wat met de zwakkeren, denk ik.
Je schijnt nooit het zwakste beestje uit het nest te moeten kiezen, dus
adopteerde ik een ander Schwarzschweinchen, ook nog heel jong. Het
perfecte exemplaar met glanzende vacht en rechte rug doopte ik ?ber.
Hij is intelligent, bloedmooi en weet wanneer hij zich aaibaar moet
gedragen. ?ber wordt de nieuwe
Babe.
Al na een paar keer voeren, herkenden Hunchy en ?ber hun broodheer en
-dame. Als wij met versgeplukt gras aankwamen (mogen die beesten dat
?berhaupt?), kwamen ze vrolijk aangehuppelt. ?ber in een heel mooi
drafje, kwispelend met zijn staartenkrulletje. We gaan het nog ver
schoppen, ?ber en ik.
De teckel was niet waar. Het was wel een hond met korte poten, maar
zeer zeker geen teckel. Zelfs ik, geen hondenliefhebber of -kenner, zag
dat meteen. Aan de andere kant was het weer wel de rurale idylle, die
het op de plaatjes toch niet helemaal leek te zijn.
Want het was wat veel Vinex-bewoners zoeken - maar volgens mij niet
vinden. ?n buiten en groen ?n stedelijk gemak onder handbereik.
Iedereen wil op de rand van de bewoonde wereld wonen en ik woonde er
voor een weekend.
De voorkant keek uit op een licht glooiend landschap met veel weide en
een enkele boerderij. Weiden met koolzaad, weiden met paarden, weiden
met koeien. En dan zo gerangschikt dat je je 's ochtends na het
ontwaken verplicht voelde eerst naar buiten te kijken. Het was
tenslotte erg mooi.
Zo mooi als de Aldi en K+K verderop. Een halve kilometer terug twee
supermarkten en vooruit alleen maar te bewandelen platteland. Niemand
wil dat niet.
Dit weekend gaat door, dit weekend. En wel
hier. Niet de rurale idylle op een heuveltop die we eigenlijk zochten, maar een aardig eind in de goede richting.
Het weer werkt niet dolenthousiast mee, maar gelukkig is er nog de
Dackel. Dat wordt nog leuk. Boer Stork, eigenaar, beloofde ons een
zwembad met een glijbaan van 250 meter 'in der N?he', maar hij liegt
vast. Als die teckel nu maar wel waar is.
Bis bald!
Beste
Kees,
Het is
een kwestie van definitie, als altijd. "Vriendin", dat kun je op
verschillende manieren opvatten. Binnen de fysieke definitie van
vriendin val ik niet. En ik heb ook geen plannen daar iets aan te doen
(terzijde). Maar. Er is ook nog een functionele definitie.
Tenminste, dat verzin ik nu. De functionele definitie van "vriendin"
doop ik hierbij: persoon waarmee je vriendinnendingen doet. En ik
verlaat de cirkel bij: vriendinnendingen. Dat beschrijf ik als:
activiteiten die louter dienen om bij te praten over dingen waar
(vooral) een vrouw zich druk over maakt. Niet sluitend, die
beschrijving, maar hopelijk begrijp je wat ik bedoel.
Het is glad ijs, want wat zijn die "dingen waar een vrouw zich druk
over maakt" dan precies? Dat laat ik voorlopig in het midden. Want ik
zou slechts een opsomming kunnen produceren, maar er geen algemeen
geldende dingen uit kunnen halen.
De vriendin met De Nieuwe Vriend maakt zich in ieder geval druk om hoe
hem te kneden. Dat bespreekt ze dan met mij. En ik zeg dan dat 'ie
uiteindelijk zittend op de pot zal belanden. Daar denkt ze misschien
wel over na. Dat is mijn nut, denk ik.
Een lang verhaal om te komen tot de uitspraak: Ja, ik ben een vriendin.
In de utilitaire zin des woords, maar toch. Wie had dat gedacht. Een
lang verhaal ook om te komen tot de vraag:
Beste Kees, ben jij iemands vriendin?
Met vriendelijke groet,
En nog gefeliciteerd met de eerste verjaardag van je log,
Robert
(Robtheblob.nl)
"Zou je het erg vinden, als ze iets met iemand anders krijgt?"
"Ja. Want ze moet er altijd voor me zijn. Ook al wil ik haar niet echt."
"Ze is een ex. Maar dan ??n, waar je nooit wat mee hebt gehad."
"Denk je?"
"Ja."
"Hm.."
Ik had twee oproepen gemist. Ik belde nummer ??n terug, de telefoon
werd aangenomen op het toilet. Bellen met geklater op de achtergrond
kan echt niet, zei ik. Hij zei sorry, maar niet dat hij het nooit meer
zal doen. Merkwaardig.
Nummer twee. "Ik ben net aan het koken," maar ze wilde wel gewoon
doorbellen. We hadden het over haar nieuwe vriend. Vrouwen vertellen
altijd zo openhartig over nieuwe vriendjes. Wat is dat voor reflex? Ik weet nu allerlei details van De Nieuwe Vriend
en ik voorspel u, hij gaat het nog zwaar krijgen.
Het duurt nog niet zo lang, weken geen maanden. Hij douchte bij haar,
heel warm. Kleuren op kartonnen verpakkingen lopen uit, toiletpapier
wordt klef.
"Mijn pyjama kun je na afloop uitwringen!"
Dat vindt ze vervelend. Hij docht nu kouder (met de deur open was ook nog een optie).
Hij nam zijn portomonnee mee, een keer in het begin, toen ze uit eten
gingen. Dat vond ze wel goed, maar ze wilde die van haar ook gebruiken.
Hij vond dat prima. Zij deed de hare in de tas, hij de zijne in zijn
achterzak.
"Zijn kontzak! Robert.. dat k?n toch niet!?"
Dat was geen vraag. Dat was slechts een inleiding en rechtvaardiging om trots te vertellen dat hij dat nu niet meer doet.
Zo ging dat nog een tijdje door, tot aan het toetje om precies te zijn.
Als ik De Nieuwe Vriend voor het eerst ontmoet, dan kan ik hem toch
niet meer recht in de ogen kijken? Hoe doen haar andere vriendinnen dat
in hemelsnaam?
Bij de eerste kennismaking vrees ik dat de neiging om zijn kontzak te
controleren niet te bedwingen valt. En ik zie hem meteen koud douchend
voor me. En zittend plassend. Om dat nare gespetter te voorkomen. Want
zover komt het nog. Zo zwaar, ik voorspel het u.
Ik wist helemaal niet dat ze nog bestonden. Maar vanavond gaf The Kelly
Family een concert in Groningen. Ik kwam er zonet in de trein achter,
op weg naar huis. Voor me zaten twee fans. Uit Assen. Eentje uit 1985.
En een uit 1982. Dat vertelden ze elkaar. Ze leken me licht
verstandelijk gehandicapt, maar daar bedoel ik niets mee.
1982 belde haar moeder, om te schreeuwen dat ze eraan kwam. En dat het
'vet gaaf' was. Dat ze veel had gekocht. Dat het dekbed maar 15 euro
kostte. Dat ze een T-shirt had. Dat de pet gratis was. Toen hing ze op
en vroeg aan 1985 of hij de drummer ook zo goed vond. 1985 zei dat hij
vond dat de drummer het goed had gedaan. Dat was nog voor Haren.
1982 & 1985 bl?rden samen vrolijk de coup? vol en ik zette Ani DiFranco op, Everest.
As we walked home we spoke slowly,
we spoke slow,
and we spoke lowly
like it was taking more time
than usual to choose
the words to go
with your squeaky sandle shoes
like time is not a thing
that's ours to lose
Dat hielp.
Een meneer met een snor als een stoepbezem vraagt een euro vijftig voor
het broodje dat ik net heb besteld. Saucijzenbroodjes worden niet
alleen steeds duurder, het is ook niet echt meer wat wordt beweerd dat
het is. Een saucijs in een broodje.
JP sprak zondag in Buitenhof, onder andere over abortus. Als de
werkelijkheid en uitvoering steeds verder van de oorspronkelijke
bedoeling af komen te staan, moet ingegrepen worden. Waarden en normen
en zulks meer. Right, JP, exact mijn punt.
Want mijn saucijzenbroodje, dat was nog slechts een abstractie van hoe
het ooit begonnen moet zijn. Velletjes bladerdeeg schoven tussen mijn
kiezen over elkaar heen als vouwpapier en smaakten zo bovendien. En de
worst. Een stuk nattige warmte waar je wel op zou kunnen kauwen, maar
naar binnen slurpen gaat net zo gemakkelijk. En je proeft alleen maar
kruiden, Maggismaak.
Belachelijk. Saucijzenbroodje.. uhuh. Dat dacht ik ook niet. Als je een
euro vijftig vraagt voor vlees in deeg, dan lijkt het me niet heel raar
als je verwacht dat er vlees zit tussen het bladerdeeg. En niet iets
dat er vaag aan refereert. Ik vind, ingrijpen.
Een man zat, sloot zijn ogen, zuchtte diep en dacht. Hij bedacht een
laagje, een flinterdun vliesje, onzichtbaar, en trok het aan. Daarna,
constateerde hij tevreden, gleed de wereld, rakelings langs hem heen.
Met zijn ogen gesloten, merkte hij niets meer. En blind voor alles dat
niet hemzelf was, zat hij daar maar. Hij veinsde dat hij leefde, maar
wist wel beter. Hij was er niet echt.
Hij dacht aan wat hij wilde en wat hij moest. Wat hij wilde weten, waar
antwoorden waren. De man dacht zich de winter door en opende pas zijn
ogen, toen de lente tetterend op zijn schouders tikte.
Ja, ik kom, en hij ontdeed zich van zijn vlies. Zonder antwoorden,
zelfs bijna zonder vragen, stond hij op en liep verder. De man was
voorlopig wel weer gerustgesteld door de gedachte, dat schijnbaar,
alles echt berust op een wilde gok.
Heel soms, als je echt de geest krijgt, dansen je vingers over het
toetsenbord en staat er zomaar, voor je het door hebt, een verhaaltje.
Je leest terug en denkt.. "Mooi. Klaar." Ik voel me dan altijd een
beetje Yann Tierssen achter de piano, die Comptine d'un autre ?t?
speelt. Maar dat is maar heel, heel soms, bij mij.
Veel vaker is de geest nergens. Kun je ongestoord minutenlang kijken
naar.. nou.. een glimmend kale meneer met dikke zilveren oorring,
zongebruinde huid en een oppermachtige, vooruitstekende bierbuik,
bijvoorbeeld. Op perron twee van station Assen. Een Buik. Een Balg. Een
Ouderwetsche Pens! Die boven een kaki driekwart broek, welhaast leek te
zweven in een wit shirt.
Een wit T-shirt dat zo strak om zijn buik zat, dat je je afvraagt wat
er zal gebeuren als het shirt 's avonds uitgaat. Kletst al dat vet dan
vrolijk tegen zijn bovenbenen? Is de rek voorgoed uit het T-shirt en
blijft 'ie gewoon staan? Is de enorme lap vel ge?rriteerd geraakt door
het geschuif van het shirt in de kleffe hitte van vrijmarkten, voor
podia met tweederangs artiesten? Hoe gedraagt een Buik zich, als je hem
loslaat in de vrije natuur?
Dan vraag je je dat allemaal af en ben je blij dat hij op het perron
staat en jij in een vertrekkende trein zit. Want de meneer lijkt mensen
die minutenlang naar zijn buik staren helemaal niet aardig te vinden.
"Niemand staart naar mijn navel als ik het niet ben!" Zo keek hij. Of
zouden dikbuikigen altijd zo donker kijken? Als je wegrijdt zwaai je
voor de zekerheid maar even. Naar de vrolijke buik, niet naar de norse
meneer.
"Daaag Buik.. veel plezier vanavond!"
En voorzichtig begin je te typen: "Heel soms, als je echt de geest krijgt.."
Gisteren deed ik iets waarvan ik dacht het mooier zou zijn. De
permalinks van artikelen laten veranderen in iets als
robtheblob.nl/.../01/05/2004/... Kostte maar ??n keer klikken en leek
me functioneel daarbij.
Toen deed de commentaarfunctie het niet, zag ik vanmiddag.
Ik dacht en dacht en dacht nog een beetje meer. Zonet, na het baantje,
dus ik had nog niet zoveel gedacht vandaag, alleen gedaan. En na tien
minuten denken herinnerde ik me de permalink en veranderde het terug.
Nu doet de commentaarfunctie weer waar zij goed in is. Dat Pivot is zo moeilijk nog niet.
|
|